Wanneer een gastouder die werkzaam is via de Regeling Dienstverlening aan Huis ziek wordt, ontstaat er een complex speelveld van juridische verplichtingen en financiële gevolgen. Het is een situatie die zowel voor de gastouder als voor het vraaggezin aandacht vereist, aangezien de gevolgen direct doorwerken in de inkomsten en de continuïteit van de kinderopvang. In Nederland is de Regeling Dienstverlening aan Huis specifiek in het leven geroepen om administratieve rompslomp te minimaliseren voor gezinnen die een nanny of gastouder in dienst nemen, mits aan bepaalde voorwaarden wordt voldaan. Deze regeling definieert de relatie duidelijk: het vraaggezin is de werkgever en de gastouder is de werknemer. Deze werkgevers-werknemersrelatie brengt rechten en plichten met zich mee die wettelijk zijn geregeld, vooral op het gebied van ziekte en arbeidsongeschiktheid.
De impact van ziekte is tweeledig. Enerzijds is er de financiële klap voor de gastouder, die geen recht heeft op loondoorbetaling zoals dat bij een reguliere baan vaak wel het geval is. Anderzijds staan de vraagouders voor de praktische uitdaging om opvang te regelen voor hun kinderen, terwijl zij mogelijk ook hun eigen werk moeten aanpassen. Het is van cruciaal belang dat beide partijen op de hoogte zijn van de geldende regelgeving en hierover goede afspraken maken. De informatie in dit artikel is gebaseerd op beschikbare bronnen over de Regeling Dienstverlening aan Huis en de juridische aspecten van ziekte in de particuliere kinderopvang.
De aard van de werkrelatie: Regeling Dienstverlening aan Huis
Om de implicaties van ziekte te begrijpen, is het allereerst noodzakelijk om de context van de werkrelatie te schetsen. De Regeling Dienstverlening aan Huis is bedoeld voor personen die in of om het huis van een ander werken, zoals een nanny of gastouder, mits zij niet als ZZP-er werken, geen sprake is van familieopvang en de werkzaamheden niet meer dan drie dagen per week (met een maximum van 12 uur per dag) beslaan.
Deze regeling zorgt ervoor dat het vraaggezin de werkgever is en de gastouder de werknemer. Dit houdt in dat het gezin verantwoordelijk is voor de administratieve afhandeling, zoals het betalen van loon en belastingen. Hoewel de regeling administratieve rompslomp vermindert, legt het wel een last op het gezin. Zij moeten zorgen voor een contract waarin alle afspraken zijn vastgelegd, ondertekend door beide partijen. Dit contract dient als basis voor de rechtsverhouding en moet ook regelingen omtrent ziekte bevatten, alhoewel de wet hierin ook dwingende regels stelt. De gastouder ontvangt loon per uur, ongeacht het aantal kinderen dat wordt opgevangen, en het minimale uurloon moet ten minste het wettelijk minimumloon zijn. Bovenop dit loon komt een vakantietoeslag van 8 procent.
Ziekte en loondoorbetaling: de wettelijke basis
Het meest directe gevolg van ziekte voor een gastouder onder de Regeling Dienstverlening aan Huis is het recht op loondoorbetaling. In tegenstelling tot een gastouder die als ZZP-er werkt – en dus zelf het ondernemersrisico draagt, inclusief het risico op inkomstenverlies bij ziekte – heeft een gastouder in dienst van een vraaggezin recht op doorbetaling van loon bij ziekte. De bronnen geven aan dat de vraagouder het loon zes weken moet doorbetalen.
De hoogte van deze doorbetaling is echter lager dan het volledige loon. De werkgever (het vraaggezin) is verplicht ten minste 70 procent van het loon door te betalen. Hierbij geldt wel de voorwaarde dat het bedrag in ieder geval het wettelijk minimumloon moet bedragen. Mocht de 70 procent van het normale uurloon lager uitvallen dan het minimumloon, dan moet het minimumloon worden doorbetaald. Dit is een belangrijk vangnet voor de gastouder.
Een specifiek detail in de regeling is de aanwezigheid van ‘wachtdagen’. De loondoorbetalingsverplichting gaat namelijk pas in nadat de gastouder twee dagen ziek is geweest zonder recht op loon. Deze eerste twee dagen, de wachtdagen, worden niet betaald. Dit betekent dat een kortdurende ziekte (minder dan drie dagen) voor de gastouder volledig onbetaald is. Voor het vraaggezin ontstaat er pas een financiële verplichting vanaf de derde ziektedag.
Rekenvoorbeeld van kortdurende ziekte
Om de financiële impact te verduidelijken: stel, een gastouder werkt 3 dagen per week, 8 uur per dag, tegen een tarief van € 15,00 per uur. De gastouder wordt ziek voor drie dagen. * Dag 1 en 2 (wachtdagen): De gastouder ontvangt geen loon. Het financiële verlies voor de gastouder is: € 15 x 8 uur x 2 dagen = € 240,-. * Dag 3: De loondoorbetaling van 70% (of minimaal het minimumloon) treedt in.
Dit systeem van wachtdagen betekent dat financiële kwetsbaarheid ontstaat bij kortdurende ziekte, tenzij het vraaggezin besluit dit op te vangen, maar dat is niet wettelijk verplicht.
Duur van de ziekte en einde van de doorbetaling
De wettelijke verplichting van het vraaggezin om loon door te betalen bij ziekte is beperkt in tijd. De bronnen geven aan dat de doorbetalingsplicht duurt voor een periode van maximaal zes weken. Dit is een korte periode in vergelijking met het algemene arbeidsrecht, maar specifiek voor deze regeling.
Wanneer een gastouder na deze periode van zes weken nog steeds ziek is, vervalt het recht op doorbetaling door het gezin. Dit betekent dat de gastouder vanaf dat moment geen inkomsten meer heeft vanuit deze werkgever. Dit is een significant risico bij langdurige ziekte. Er is in de beschikbare informatie geen melding gemaakt van een verplichting voor het vraaggefin om een ziektegeldregeling of een WIA-verzekering af te sluiten, zoals dat bij grotere werkgevers vaak het geval is. De gastouder is dus financieel zeer kwetsbaar bij langdurige ziekte.
Voor het vraaggezin betekent dit dat de opvang na zes weken stilvalt. Zij zijn dan niet langer verplicht loon te betalen, maar zij hebben ook geen gastouder meer. De praktische consequentie is dat het gezin op zoek moet naar vervanging. De bronnen vermelden dat gastouderbureaus proberen noodopvang te regelen bij een andere gastouder wanneer de vaste gastouder ziek is of op vakantie gaat. Dit is echter geen wettelijke verplichting van het gastouderbureau, maar een service. De vraagouders moeten noodopvang altijd als een wijziging doorgeven op www.toeslagen.nl om de kinderopvangtoeslag correct te houden.
Praktische gevolgen voor het vraaggezin: Calamiteitenverlof
Wanneer de gastouder ziek wordt, staan de vraagouders voor een praktisch probleem: wie zorgt er voor de kinderen? De zorg voor het kind gaat door, ook als de opvang onverwachts wegvalt. De Nederlandse wetgeving voorziet hierin door het recht op calamiteitenverlof of kort verzuimverlof.
Op de eerste ziektedag van de gastouder kunnen vraagouders (in loondienst) aanspraak maken op dit verlof. Dit verlof is bedoeld voor plotselinge, onverwachte situaties van overmacht waarbij de werknemer direct vrij moet nemen. De ziekte van de kinderopvangverlener valt hieronder. Dit verlof is kortdurend; het is bedoeld om een oplossing te zoeken, zoals het regelen van alternatieve opvang of het zelf opvangen van het kind voor die dag. De bronnen suggereren dat dit verlof kan worden opgenomen om het kind op te halen van school of om opvang te regelen. Dit recht op calamiteitenverlof is een belangrijk instrument voor werkende ouders om de eerste opvangcrisis te overbruggen.
Er is in de bronnen geen informatie gevonden over de lengte van dit verlof, maar het is per definitie bedoeld voor korte, acute situaties. Voor langdurige ziekte van de gastouder is dit verlof niet voldoende; hier moeten de vraagouders zelf een langere oplossing voor vinden.
Vergelijking met ZZP-gastouders
Het is relevant om de situatie van een gastouder onder de Regeling Dienstverlening aan Huis te vergelijken met die van een ZZP-gastouder. Deze twee groepen verschillen fundamenteel in hun rechten en plichten bij ziekte.
- Gastouder via Regeling Dienstverlening aan Huis: Is werknemer. Heeft recht op doorbetaling van minimaal 70% van het loon (minimaal minimumloon) voor maximaal 6 weken, na een periode van 2 wachtdagen. Heeft recht op vakantietoeslag (8%) en wettelijke vakantiedagen.
- ZZP-gastouder: Is ondernemer. Draagt zelf het ondernemersrisico. Heeft geen recht op doorbetaling bij ziekte. Heeft geen recht op vakantietoeslag of doorbetaling van vakantiedagen door het vraaggezin. Het uurtarief van een ZZP-gastouder is vaak hoger om deze kosten (en pensioen, etc.) zelf te dekken.
Deze vergelijking maakt duidelijk dat de Regeling Dienstverlening aan Huis een zekere mate van financiële zekerheid biedt bij ziekte, maar dat deze beperkt is. Het is een compromis: de gastouder krijgt zekerheid, maar draagt nog steeds een deel van het risico (de wachtdagen en de beperkte duur van de doorbetaling).
De rol van het gastouderbureau
Veel vraaggezinnen en gastouders maken gebruik van een gastouderbureau. De bronnen geven aan dat een gastouderbureau kan helpen bij het organiseren van noodopvang wanneer de vaste gastouder ziek is. Dit is een dienstverlening die de continuïteit van de opvang kan waarborgen.
Daarnaast is het gastouderbureau vaak de partij die kennis heeft van de regelgeving. De bronnen benadrukken dat het verstandig is om met een gastouderbureau te werken dat goed op de hoogte is van de regelgeving omtrent de Regeling Dienstverlening aan Huis. Zij kunnen helpen bij het opstellen van contracten en het maken van afspraken over ziekte. Hoewel het bureau een ondersteunende rol speelt, blijft de werkgeversverantwoordelijkheid (en dus de loondoorbetalingsplicht) bij het vraaggezin liggen.
Afspraken en contracten
De bronnen benadrukken het belang van goede afspraken. Hoewel de wet bepaalde minimumrechten vastlegt, is het essentieel om zaken vast te leggen in een contract. Vraagouders en gastouders moeten afspraken maken over: * De procedure voor ziekmelding. * Het al dan niet verwachten van huishoudelijke taken. * Activiteiten met de kinderen. * Gebruik van persoonlijke spullen (zoals smartphone) tijdens werktijd.
Specifiek voor ziekte is het van belang dat duidelijk is hoe en wanneer de gastouder zich ziekmeldt. Hoewel de wet de loondoorbetaling regelt, is de communicatie hierover essentieel voor de relatie en de praktische organisatie.
Conclusie
De ziekte van een gastouder die valt onder de Regeling Dienstverlening aan Huis brengt een set van duidelijke juridische en financiële gevolgen met zich mee. De gastouder heeft als werknemer recht op loondoorbetaling, maar dit recht is beperkt: het kent een eigen risico van twee onbetaalde wachtdagen, een uitkeringspercentage van 70% (met een minimum van het wettelijk minimumloon) en een maximale duur van zes weken. Na deze periode ontstaat er voor de gastouder een financieel risico bij aanhoudende ziekte.
Voor het vraaggezin brengt de ziekte van de gastouder naast de betalingsverplichting ook een praktische uitdaging. De wetgeving voorziet in een oplossing via calamiteitenverlof voor de eerste opvangcrisis, maar voor langdurige afwezigheid is het gezin zelf verantwoordelijk voor het regelen van vervanging, eventueel met hulp van een gastouderbureau. Het is duidelijk dat de Regeling Dienstverlening aan Huis een kader biedt dat zowel rechten als plichten definieert, maar dat het voor beide partijen van groot belang is om proactief te zijn in het maken van afspraken en het plannen van contingencies voor de continuïteit van de kinderopvang.