Inleiding
De kinderopvangsector in Nederland, en met name de gastouderopvang, ondergaat een significante transformatie die zorgwekkend is voor zowel de arbeidsmarkt als de toegankelijkheid van opvang voor ouders. De afgelopen jaren is een duidelijke en aanhoudende daling waarneembaar in het aantal actieve gastouders en de beschikbare kindplaatsen. Deze ontwikkeling staat in schril contrast met de groeiende behoefte aan kleinschalige, flexibele opvangvormen. Terwijl het totaal aantal kinderen dat gebruikmaakt van kinderopvang toeneemt, krimpt het aandeel van de gastouderopvang gestaag. Deze paradox vormt de kern van de huidige uitdagingen binnen de sector. De gegevens, afkomstig uit diverse rapporten en onderzoeken, schetsen een beeld van een sector onder druk, waarin financiële druk, vergrijzing en toenemende regelgeving de belangrijkste oorzaken zijn van het stoppen van gastouders. Dit artikel analyseert de omvang van de krimp, de onderliggende oorzaken, de gevolgen voor de arbeidsmarkt en gezinnen, en de reacties vanuit de sector en de overheid.
De omvang van de krimp: een kwantitatieve analyse
De cijfers liegen er niet om: de gastouderopvang in Nederland krimpt in een hoog tempo. Uit gegevens van het Landelijk Register Kinderopvang (LRK) blijkt dat in de periode van maart 2018 tot maart 2023 een substantieel aantal gastouders hun werkzaamheden heeft beëindigd. In totaal stopten er 12.582 gastouders, wat neerkomt op een terugloop van 41% in die vijf jaar (Bron 1). Deze daling zet zich voort. Volgens het Sectorrapport Kinderopvang jaarcijfers 2024 werd in juli 2025 nog slechts 85.236 kindplaatsen in de gastouderopvang geteld, een afname van bijna 25.000 plaatsen in drie jaar tijd (Bron 2).
Deze daling is niet alleen zichtbaar in het aantal gastouders, maar ook in het aantal kinderen dat daadwerkelijk gebruikmaakt van deze vorm van opvang. Waar in 2019 nog gemiddeld 111.000 kinderen werden opgevangen door gastouders, daalde dit aantal in 2021 naar 92.000 en volgens de laatste kwartaalcijfers van 2023 naar 89.000 (Bron 4). Hoewel het totaal aantal kinderen in de kinderopvang (met kinderopvangtoeslag) steeg van 818.000 in 2019 naar 879.000 in 2022, is deze groei niet terug te zien in de gastouderopvang. Dit wijst op een verschuiving in de markt waarbij andere opvangvormen, zoals kinderdagverblijven, marktaandeel winnen ten koste van gastouderopvang.
De daling is ook zichtbaar in het aantal locaties. Uit rapportages van DUO, gebaseerd op het Landelijk Register Kinderopvang, blijkt dat het aantal gastouderlocaties sinds januari 2020 is gedaald van 25.237 naar 14.142 in oktober 2025. Dit is een afname van meer dan 44% in een periode van vijf jaar (Bron 5). In vergelijking hiermee laten kinderdagverblijven (dagopvang) en buitenschoolse opvang (BSO) een groei zien in het aantal locaties over dezelfde periode. Deze gegevens onderstrepen dat de krimp specifiek is voor de gastouderopvang en niet een algemene trend is in de hele kinderopvangsector.
Oorzaken van het stoppen van gastouders
De massale uitstroom van gastouders is het gevolg van een stapeling van factoren. Verschillende bronnen wijzen op een combinatie van financiële problemen, vergrijzing en een toenemende administratieve en regelgevende lastendruk.
Financiële druk en onvoldoende inkomen
Een van de meest genoemde redenen voor gastouders om te stoppen, is de financiële onhaalbaarheid van hun werkzaamheden. Het verdienmodel van gastouders en gastouderbureaus staat onder druk. Uit onderzoek en rapportages blijkt dat de daadwerkelijke kostprijs van de opvang ver boven het maximum uurtarief (KOT-tarief) ligt waarop de kinderopvangtoeslag is gebaseerd. Hierdoor houden gastouders onvoldoende inkomen over (Bron 1).
Gabriëlla Wijnberg van Stichting Nysa geeft een concrete berekening: een gastouder verdient bruto ongeveer € 6,- per kind per uur. Omdat een gastouder maximaal drie kinderen mag opvangen (exclusief eigen kinderen), bedraagt het bruto-inkomen per uur maximaal € 18,-. Van dit bedrag moeten echter kosten voor een pensioen, een arbeidsongeschiktheidsverzekering en niet-gefactureerde uren (zoals schoonmaken) worden betaald. Hierdoor resteert een zeer laag netto-inkomen per gewerkt uur (Bron 4). Deze financiële onzekerheid maakt het vak onaantrekkelijk, vooral voor nieuwe instromers, maar leidt ook tot uitstroom van bestaande gastouders die hun werkzaamheden niet langer financieel kunnen rondbreien. Het is belangrijk op te merken dat de bronnen geen exacte cijfers geven over de hoogte van de toeslagen of tarieven, maar wel consistent wijzen op de kloof tussen kosten en opbrengsten.
Vergrijzing van de beroepsgroep
Een andere belangrijke factor is de demografische opbouw van de gastouderpopulatie. Het Kohnstamm onderzoek (2022) toont aan dat de gemiddelde leeftijd van een gastouder 50 jaar is. Meer dan 50% van de actieve gastouders valt in de leeftijdscategorie van 50 tot 70 jaar (Bron 1). Deze vergrijzing betekent dat een aanzienlijk deel van de gastouders de komende jaren vanwege leeftijd of gezondheidsredenen zal stoppen. De vraag is of deze uitstroom wordt opgevangen door een nieuwe generatie gastouders. De huidige financiële en administratieve barrières lijken een instroom van jongere gastouders te bemoeilijken, wat de vergrijzing verder in de hand werkt.
Toenemende regelgeving en administratieve lasten
Naast financiële en demografische factoren speelt ook de toenemende druk van wet- en regelgeving een rol. Eerder onderzoek in opdracht van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) laat zien dat vooral de toenemende wet- en regelgeving bijdraagt aan de uitstroom. Gastouders moeten voldoen aan strengere eisen op het gebied van onder andere speeltoestellen, administratie en belastingregels (Bron 2). De administratieve rompslomp die hiermee gepaard gaat, is voor veel gastouders, die vaak alleen werken, een zware last. Het gaat hier niet alleen om de opvang zelf, maar ook om het bijhouden van financiële administratie, het voldoen aan veiligheidsvoorschriften en het navigeren door complexe regelgeving rondom kinderopvangtoeslag. Deze extra taken, die vaak onbetaald zijn, verminderen de aantrekkelijkheid van het vak.
Gevolgen voor de arbeidsmarkt en de sector
De daling van het aantal gastouders heeft verstrekkende gevolgen, niet alleen voor de directe arbeidsmarkt in de kinderopvang, maar ook voor de kennis en expertise binnen de sector.
Verlies van kindplaatsen en expertise
De daling van 12.582 gastouders in vijf jaar tijd heeft geleid tot een verlies van ruim 50.000 kindplaatsen sinds 2019 (Bron 1). Dit verlies aan capaciteit treft de arbeidsmarkt direct, aangezien ouders afhankelijk zijn van opvang om te kunnen werken. Het wegvallen van deze capaciteit kan leiden tot een tekort aan opvangplaatsen, met name in regio's waar de gastouderopvang een belangrijke rol speelde.
Een ander significant gevolg is het verlies van kennis en ervaring. Uit onderzoek blijkt dat slechts een klein deel van de stoppende gastouders doorstroomt naar werk in de reguliere kinderopvang (kinderdagverblijven). De meeste gastouders stoppen volledig met werken in de kinderopvangsector (Bron 2). Dit betekent dat de specifieke expertise die deze gastouders hebben opgebouwd – kennis van kleinschalige opvang, pedagogische vaardigheden in een huiselijke setting, en ervaring met flexibele opvangvormen – grotendeels verloren gaat voor de sector als geheel.
Impact op de arbeidsmarkt en economie
De gevolgen reiken verder dan de kinderopvangsector zelf. De daling van het aantal gastouders beperkt de beschikbaarheid van flexibele opvang, wat direct van invloed is op de arbeidsparticipatie van ouders. Vooral ouders met onregelmatige werktijden of een voorkeur voor kleinschalige opvang zijn de dupe. Het wegvallen van deze opvangvorm kan ertoe leiden dat deze ouders minder uren kunnen werken of zelfs gedwongen worden hun baan op te zeggen. Dit heeft een negatief effect op de economie en de arbeidsmarkt.
Gevolgen voor ouders en kinderen
De krimp van de gastouderopvang raakt direct de gezinnen die afhankelijk zijn van deze vorm van opvang. De bronnen benadrukken dat gastouderopvang een specifieke, waardevolle rol vervult die niet zomaar door andere opvangvormen kan worden overgenomen.
Verlies van kleinschaligheid en flexibiliteit
Gastouderopvang wordt gekenmerkt door kleinschaligheid, een huiselijke setting, vaste gezichten en een hoge mate van flexibiliteit. Deze kenmerken zijn voor veel ouders essentieel. Ouders die onregelmatig werken of bewust kiezen voor een kleinere, intiemere opvangvorm, weten de gastouderopvang vaak goed te vinden (Bron 2). De krimp van de gastouderopvang betekent een verlies van deze specifieke opvangmogelijkheden. Ouders die op zoek zijn naar een plekje in de buurt, met name in niet-stedelijke gebieden waar de gastouderopvang oververtegenwoordigd is, zullen merken dat het aanbod afneemt.
Toegankelijkheid van opvang
Het verlies van meer dan 50.000 kindplaatsen heeft consequenties voor de toegankelijkheid van kinderopvang in het algemeen. Hoewel het totaal aantal kindplaatsen in andere opvangvormen mogelijk toeneemt, is de vraag of deze de specifieke behoeften van ouders die voorheen voor een gastouder kozen, kunnen vervullen. De bronnen suggereren dat er een mismatch ontstaat tussen het aanbod en de behoefte. Ouders zonder passende opvang in de buurt of met specifieke eisen rondom flexibiliteit, kunnen in de knel komen.
Kwaliteitsbeleving en waardering
Hoewel de bronnen niet ingaan op specifieke kwaliteitsmetingen, impliceren ze dat de waardering voor gastouderopvang onder druk staat. De focus in rapporten ligt op cijfermatige ontwikkelingen (aantallen, financiën), maar niet op de ervaringen van ouders of de pedagogische kwaliteit. Desondanks is duidelijk dat gastouders, ondanks de uitdagingen, met overtuiging blijven kiezen voor hun vak (Bron 2). Dit wijst op een hoge betrokkenheid en waarschijnlijk een hoge pedagogische kwaliteit, die nu onder druk staat door de algehele krimp.
Reacties vanuit de sector en het onderzoek naar oplossingen
De zorgelijke ontwikkelingen in de gastouderopvang hebben geleid tot reacties vanuit de sector en de overheid. Er is erkenning voor het probleem en er lopen onderzoeken om de oorzaken en gevolgen in kaart te brengen en oplossingen te vinden.
Onderzoek naar de oorzaken
Het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) heeft onderzoeksbureau Significant Public opdracht gegeven om te onderzoeken waarom gastouders stoppen en wat de gevolgen zijn voor ouders en gastouderbureaus (Bron 6). Dit onderzoek moet leiden tot een beter inzicht in de problematiek en kan dienen als basis voor beleidsmaatregelen. Gastouderbureaus zijn uitgenodigd om deel te nemen aan dit onderzoek door vragenlijsten in te vullen en te verspreiden onder gestopte en werkende gastouders.
Zorgen en oproepen vanuit de sector
Belangenorganisaties, zoals de Branchevereniging Maatschappelijke Kinderopvang (BMK), maken zich grote zorgen en onderschrijven het belang van het onderzoek (Bron 6). Zij roepen gastouderbureaus op om mee te werken, in de hoop dat de uitkomsten zullen bijdragen aan het aantrekkelijker maken van het gastouderschap. Ook organisaties zoals Kinderopvang.nl maken zich zorgen over het financiële model en kondigen de publicatie van een kostprijsonderzoek aan, uitgevoerd door AYIT Consultancy, om meer inzicht te geven in de daadwerkelijke kosten van gastouderopvang (Bron 1).
Ontwikkelingen in het aanbod
Ondanks de krimp in de gastouderopvang, laat de bredere kinderopvangsector een groei zien in het aantal locaties voor dagopvang en buitenschoolse opvang (Bron 5). Dit suggereert dat de vraag naar opvang in het algemeen toeneemt, maar dat de verschuiving plaatsvindt van kleinschalige gastouderopvang naar grootschaligere opvangvormen. De uitdaging voor de sector en de overheid is om een evenwicht te vinden in het aanbod dat recht doet aan de diversiteit van behoeften van ouders.
Conclusie
De gastouderopvang in Nederland verkeert in een zorgwekkende situatie. De aantallen liegen niet: een daling van 41% van het aantal gastouders in vijf jaar tijd en een verlies van tienduizenden kindplaatsen. Deze krimp wordt veroorzaakt door een complex samenspel van factoren, waaronder een onhoudbaar financieel verdienmodel, vergrijzing van de beroepsgroep en een toenemende administratieve en regelgevende druk. De gevolgen zijn voelbaar op de arbeidsmarkt, waar een tekort aan flexibele opvang de arbeidsparticipatie van ouders kan belemmeren, en in gezinnen die de specifieke voordelen van kleinschalige, huiselijke opvang verliezen.
De sector en de overheid zijn zich bewust van de problematiek, zoals blijkt uit lopende onderzoeken en de zorgen die door belangenorganisaties worden geuit. De uitdaging voor de komende jaren is niet alleen om de uitstroom van bestaande gastouders te beperken, maar ook om de instroom van nieuwe gastouders te stimuleren. Dit vereist waarschijnlijk een herijking van het financiële model, een vermindering van de administratieve lasten en een duidelijke visie op de rol van kleinschalige opvang binnen het totale kinderopvangstelsel. Zonder gerichte maatregelen zal de gastouderopvang verder krimpen, met alle gevolgen van dien voor de diversiteit en toegankelijkheid van kinderopvang in Nederland.