Juridische afhandeling en zorgvuldigheid bij beëindiging van een gastoudercontract

De kinderopvang is een essentiële schakel in de ondersteuning van werkende ouders en de ontwikkeling van jonge kinderen. Een gastoudercontract legt vast hoe deze opvang is geregeld, inclusief de verplichtingen van zowel de ouders (consument) als het gastouderbureau (ondernemer). Wanneer er zich problemen voordoen, zoals een ongeval of een verstoorde relatie, kan dit leiden tot een voortijdige beëindiging van de overeenkomst. Dergelijke situaties zijn complex en vereisen een juridisch zorgvuldige afhandeling om de belangen van het kind en de ouders te waarborgen.

In dit artikel wordt ingegaan op de juridische aspecten van het beëindigen van een gastoudercontract, gebaseerd op uitspraken van geschillencommissies. Er wordt aandacht besteed aan de vereiste zorgvuldigheid van de gastouderbureaus, de betekenis van afspraken rondom opzeggingen en de financiële consequenties die hieraan verbonden zijn. De informatie is afkomstig uit beschikbare bronnen over geschillenbeslechting in de kinderopvangsector.

De rol van het gastouderbureau en zorgvuldig handelen

Een gastouderbureau fungeert als bemiddelaar tussen de gastouder en de ouders. Bij het aangaan van de overeenkomst, maar ook bij het oplossen van problemen, rust er op het bureau een verantwoordelijkheid. Uit een geschil over de beëindiging van een opvangovereenkomst na een valincident waarbij een kind gewond raakte, blijkt dat het bureau niet lichtvaardig mag handelen.

In dit specifieke geval had het gastouderbureau de overeenkomst per direct beëindigd, zonder opzegtermijn en zonder instemming van de ouder. Het bureau ging hierbij uit van de verklaring van de gastouder dat de overeenkomst met wederzijds goedvinden was beëindigd. De geschillencommissie oordeelde dat het bureau te voorbarig heeft gehandeld door deze verklaring niet eerst bij de ouder te verifiëren alvorens tot beëindiging over te gaan.

Verantwoordelijkheid voor bemiddeling en advies

De commissie benadrukte dat de ondernemer, op grond van artikel 3 van de bemiddelingsovereenkomst, verantwoordelijk is voor begeleiding en advies. Zeker wanneer er onduidelijkheid bestaat tussen de gastouder en de ouder, en er sprake is van een vertrouwensbreuk, had het bureau de regie moeten nemen. Het was de taak van het bureau om te proberen het contact tussen partijen te herstellen, bijvoorbeeld door een bemiddelend gesprek te organiseren.

Het enkel aanbieden van een opzegtermijn, waarin de ouder gebruik zou kunnen maken van de opvang bij de gastouder, was volgens de commissie onvoldoende. Gezien de verstoorde verhouding was het niet realistisch om te verwachten dat de ouder hier nog gebruik van zou maken. Het bureau had actiever moeten optreden om de situatie te stabiliseren in plaats van direct te besluiten tot beëindiging over te gaan.

De betekenis van afspraken rondom opzegging

Een ander geschil betrof de vraag of een consument gebonden was aan een opzegtermijn van een maand. In deze situatie hadden de gastouder, de consument en het gastouderbureau in overleg besloten de opvang stop te zetten zodra er andere opvang was gevonden. Drie dagen later had de consument al passende opvang geregeld via een ander bureau. De consument meldde per e-mail dat hij de opvang per direct wilde beëindigen, conform de gemaakte afspraak. Het gastouderbureau hield de consument echter aan een opzegtermijn van een maand.

Opzegging op initiatief van de ondernemer

De geschillencommissie beoordeelde de gemaakte afspraken en concludeerde dat de datum waarop de consument een andere opvang had geregeld, als einddatum moest gelden. Uit de feiten bleek dat het de consument was die erin was geslaagd om per 18 maart 2016 nieuwe passende opvang te vinden. Dit betekende dat de overeenkomst op dat moment op initiatief van de ondernemer als beëindigd moest worden beschouwd. Van een opzegverplichting aan de zijde van de consument was in dit geval geen sprake.

De omstandigheid dat de consument in zijn e-mailbericht het woord "opzegging" gebruikte, leidde niet tot een ander oordeel. De commissie keek naar de inhoud van de eerdere afspraken. Het feit dat de consument een passende oplossing had gevonden, gaf hem het recht de opvang per direct te beëindigen, zoals mondeling was overeengekomen.

De impact van samenwerkingsverbanden

Een complicerende factor in dit soort geschillen is vaak de relatie tussen de gastouder en de bemiddelingsbureaus. In het betreffende geval had de gevonden gastouder een samenwerkingsverband met een ander gastouderbureau. De gastouder gaf aan de voorkeur te geven aan bemiddeling door dit andere bureau. Omdat de consument deze passende oplossing had gevonden, mocht hij ervan uitgaan dat de oude overeenkomst werd beëindigd. Het feit dat de gastouder niet ingeschreven stond bij het oude bureau en ook niet bereid was dit te doen, bevestigde dat er geen sprake meer was van een passende oplossing via het oude bureau.

Financiële consequenties en kostenvergoedingen

Wanneer een overeenkomst wordt beëindigd, hebben dit vaak financiële gevolgen voor beide partijen. In het hierboven beschreven geschil over het valincident vorderde de ouder een schadevergoeding voor opgenomen verlof door de grootmoeder. De geschillencommissie wees deze vordering af, omdat deze niet was onderbouwd. Dit benadrukt het belang van het kunnen aantonen van daadwerkelijk geleden schade.

In het tweede geschil was er sprake van een vordering van € 1.381,51 vanuit het gastouderbureau. De commissie oordeelde dat de consument enkel de daadwerkelijke kosten voor bemiddeling en opvang tot 18 maart 2016 diende te betalen. Omdat de overeenkomst op die datum op initiatief van de ondernemer werd beëindigd, was er geen sprake van een opzegtermijn waarover kosten gerekend mochten worden. De consument had de opvang- en bemiddelingskosten over de maand maart al voldaan. Van enige facturatie na 18 maart 2016 kon dus geen sprake zijn.

Vergoeding van klachtengeld

Naast schadevergoedingen en openstaande facturen kan een geschil leiden tot het vergoeden van gemaakte kosten door de consument. In het eerste geschil werd het klachtengeld van €25 vergoed door het gastouderbureau. Dit was een erkenning van het onzorgvuldige handelen van het bureau. Hoewel de vordering voor schadevergoeding werd afgewezen, was dit een kleine financiële compensatie voor de ouder.

Conclusie

De beëindiging van een gastoudercontract is een juridisch complexe aangelegenheid die om een zorgvuldige afhandeling vraagt. Uit de besproken uitspraken blijkt dat gastouderbureaus een actieve en adviserende rol moeten spelen, zeker wanneer er sprake is van een conflict of vertrouwensbreuk. Zij mogen niet lichtvaardig afgaan op de verklaring van een enkele partij, maar moeten onderzoek doen en bemiddelen. Daarnaast zijn afspraken over opzegging doorslaggevend. Wanneer partijen overeenkomen dat de opvang stopt zodra ander opvang is gevonden, en de ouder hierin slaagt, mag de overeenkomst per direct worden beëindigd zonder dat een opzegtermijn in acht hoeft te worden genomen. Financiële vorderingen dienen zorgvuldig te worden onderbouwd en getoetst aan de gemaakte afspraken.

Bronnen

  1. Geschillencommissie Kinderopvang
  2. Klachtenloket Kinderopvang

Gerelateerde berichten