Het werken als gastouder brengt veel voldoening, maar het is ook belangrijk om de financiële en fiscale aspecten van deze werkzaamheden goed te begrijpen. In 2016 waren er specifieke regels en tarieven van toepassing op de inkomsten die gastouders verwierven. Deze informatie is met name relevant voor gastouders die hun werkzaamheden uitvoeren als 'resultaatgenieter', oftewel inkomsten uit overige werkzaamheden, vergelijkbaar met een freelancer. Ook gastouders die als zelfstandig ondernemer werken, kunnen baat hebben bij inzicht in de fiscale gevolgen van hun privé-inkomen. Dit artikel biedt een gedetailleerd overzicht van de belastingregels voor gastouders in 2016, gebaseerd op de beschikbare fiscale data van dat jaar.
De kern van de belastingheffing voor gastouders is het belastbare inkomen. Dit wordt berekend als de omzet (opbrengst) minus de gemaakte kosten. Over dit resultaat, ofwel de winst, wordt belasting betaald. Het is cruciaal om te weten dat niet over de volledige omzet belasting wordt betaald, maar enkel over de winst. Naast de inkomstenbelasting en premies volksverzekeringen zijn er diverse heffingskortingen die de uiteindelijke belastingdruk aanzienlijk kunnen verlagen. Daarnaast moet er rekening worden gehouden met de premie zorgverzekeringswet. De fiscale regelgeving in 2016 kent diverse schijven en tarieven, afhankelijk van de hoogte van het inkomen en de leeftijd van de belastingplichtige. Ook specifieke kortingen, zoals de arbeidskorting en de inkomensafhankelijke combinatiekorting, spelen een belangrijke rol.
Belastingtarieven en Schijven in 2016
Voor het berekenen van de te betalen belasting over het belastbare inkomen uit werk en woning (box 1) hanteerde de Belastingdienst in 2016 verschillende schijven. De tarieven verschillen voor personen die jonger zijn dan de AOW-leeftijd en voor degenen die de AOW-leeftijd hebben bereikt.
Tarieven voor personen jonger dan AOW-leeftijd
Voor belastingplichtigen die in 2016 nog niet de AOW-leeftijd hadden bereikt, gold de volgende indeling:
| Schijf | Belastbaar inkomen | Tarief |
|---|---|---|
| 1 | Tot € 19.922 | 36,55% |
| 2 | Van € 19.923 tot € 33.715 | 40,40% |
| 3 | Van € 33.716 tot € 66.421 | 40,40% |
| 4 | € 66.422 en hoger | 52,00% |
Het belastingpercentage in de eerste twee schijven bestaat voor een groot deel uit premies volksverzekeringen. In schijf 1 en 2 is het totale percentage 36,55% en 40,40% respectievelijk. Hiervan is 28,15% premie volksverzekeringen, bestaande uit premies voor de AOW (17,9%), de Wet Langdurige Zorg (9,65%) en de ANW (nabestaandenwet, 0,6%). Het resterende deel is inkomstenbelasting: 8,40% in schijf 1 en 12,25% in schijf 2. In schijf 3 en 4 bestaat het tarief volledig uit inkomstenbelasting.
Tarieven voor personen met AOW-leeftijd en ouder
Voor belastingplichtigen die de AOW-leeftijd in 2016 hebben bereikt, golden er lagere tarieven in de eerste schijven, omdat zij geen premie AOW meer hoeven te betalen. Er werd onderscheid gemaakt tussen personen geboren in 1946 of later en personen geboren voor 1946.
Voor personen geboren in 1946 of later:
| Schijf | Belastbaar inkomen | Tarief |
|---|---|---|
| 1 | Tot € 19.922 | 18,65% |
| 2 | Van € 19.923 tot € 33.715 | 22,50% |
| 3 | Van € 33.716 tot € 66.421 | 40,40% |
| 4 | € 66.422 en hoger | 52,00% |
Voor personen geboren voor 1946:
Voor deze groep werd de houdbaarheidsbijdrage niet toegepast, waardoor de tweede schijf iets langer doorliep.
| Schijf | Belastbaar inkomen | Tarief |
|---|---|---|
| 1 | Tot € 19.922 | 18,65% |
| 2 | Van € 19.923 tot € 34.027 | 22,50% |
| 3 | Van € 34.028 tot € 66.421 | 40,40% |
| 4 | € 66.422 en hoger | 52,00% |
Het Berekeningsproces: Van Omzet naar Netto-inkomen
Het fiscale proces voor gastouders begint met het vaststellen van het belastbare inkomen. Dit is het bedrag dat resteert na aftrek van de gemaakte kosten van de totale omzet. Over dit resultaat wordt de belasting berekend. Het is een misverstand dat de heffingskortingen direct van het inkomen worden afgetrokken. De correcte volgorde is als volgt: eerst wordt over het belastbare inkomen de verschuldigde inkomstenbelasting en premies volksverzekeringen berekend. Vervolgens worden de heffingskortingen in mindering gebracht op dit belaste bedrag.
Een rekenvoorbeeld voor een gastouder die geen AOW'er is en geen andere inkomsten heeft, ziet er als volgt uit: - Omzet per jaar: € 9.000 - Aftrekbare kosten: € 1.000 - Resultaat (winst): € 8.000 - Te betalen inkomstenbelasting/premies (36,55% over € 8.000): € 2.924
Op dit bedrag van € 2.924 worden vervolgens de heffingskortingen waar de gastouder recht op heeft, in mindering gebracht. Daarnaast moet er premie zorgverzekeringswet worden betaald. Deze premie bedraagt 5,5% over het belastbare inkomen en wordt niet verrekend met de heffingskortingen. In dit voorbeeld is dat € 440 (5,5% van € 8.000). Deze premie moet dus altijd worden betaald, ongeacht de hoogte van de heffingskortingen.
Heffingskortingen: De Tegemoetkomingen in de Belasting
Heffingskortingen zijn bedragen die in mindering worden gebracht op de te betalen belasting. Het systeem kent diverse kortingen die afhankelijk zijn van de persoonlijke situatie.
Algemene heffingskorting
Iedere belastingplichtige heeft in beginsel recht op de algemene heffingskorting. In 2016 was het maximale bedrag hiervan € 2.242 voor personen jonger dan 65 jaar en 6 maanden. Voor personen van 65 jaar en 6 maanden of ouder was dit € 1.145.
Een belangrijke voorwaarde is dat de algemene heffingskorting wordt afgebouwd als het inkomen hoger is dan € 19.922. Het deel van het inkomen dat boven deze grens ligt, wordt met 4,822% verrekend. Dit betekent dat de korting lager wordt naarmate het inkomen stijgt. Bij een inkomen vanaf € 66.417 is de algemene heffingskorting voor personen jonger dan 65 jaar en 6 maanden volledig afgebouwd en dus € 0. Voor personen geboren voor 1963 gold deze afbouwregeling in 2016 niet; zij behielden de 'normale' algemene heffingskorting van € 2.242.
Een rekenvoorbeeld toont de werking: - Inkomen na aftrek kosten: € 2.500 - Te betalen belasting/premies (36,55%): € 913 - Algemene heffingskorting: € 2.242 (maximaal) - De korting wordt verrekend tegen de te betalen belasting. Omdat de te betalen belasting lager is dan de korting, resteert er een bedrag dat onder bepaalde voorwaarden kan worden uitbetaald.
Als de partner voldoende belasting betaalt, kan het restant van de algemene heffingskorting worden uitbetaald. Voor iemand jonger dan 65 jaar en 6 maanden die in dit voorbeeld geboren is na 1963, zou het restant € 1.175 - € 913 = € 262 zijn. Voor iemand geboren voor 1963 zou het restant € 2.242 - € 913 = € 1.329 zijn. Het is ook mogelijk dat men, door de heffingskortingen, netto meer overhoudt dan het bruto inkomen.
Arbeidskorting
De arbeidskorting is een korting voor mensen die werken. In 2016 bestond deze uit twee delen. Over de eerste € 9.147 van het inkomen kon 1,793% worden afgetrokken, met een maximum van € 164. Voor inkomen boven de € 9.147 gold een percentage van 27,698%, tot een maximum van € 3.103 per jaar. Dit maximum werd bereikt bij een inkomen van € 19.758.
Voor inkomen boven de € 34.015 werd de arbeidskorting stapsgewijs verlaagd met 4% over het meerdere. De arbeidskorting is met name interessant voor gastouders die naast hun gastouderwerk andere inkomsten hebben of die veel uren werken en daarmee een hoger inkomen genereren.
Inkomensafhankelijke combinatiekorting (ICK)
De inkomensafhankelijke combinatiekorting is bedoeld voor de minstverdienende partner (vaak de gastouder zelf) en voor alleenstaande ouders. De voorwaarde is dat zij de zorg hebben voor een of meer eigen kinderen onder de 12 jaar die in het betreffende kalenderjaar ten minste zes maanden op het eigen woonadres staan ingeschreven.
Premie Zorgverzekeringswet
Naast de inkomstenbelasting en premies volksverzekeringen moeten gastouders in 2016 ook apart de premie zorgverzekeringswet betalen. Deze premie bedraagt 5,5% over het belastbare inkomen (resultaat). Deze premie wordt niet verrekend met de heffingskortingen en moet dus altijd worden voldaan. In het eerder genoemde voorbeeld met een resultaat van € 8.000, bedraagt deze premie € 440. Bij een resultaat van € 6.400 is de premie € 352.
Conclusie
Voor gastouders in 2016 was het van belang om een duidelijk beeld te hebben van de fiscale regelgeving. De belastingdruk wordt primair bepaald door het belastbare inkomen, de winst uit de werkzaamheden. De progressieve tarieven in box 1, afhankelijk van leeftijd en inkomen, bepalen de hoogte van de belasting en premies. Echter, de diverse heffingskortingen, zoals de algemene heffingskorting, de arbeidskorting en de inkomensafhankelijke combinatiekorting, kunnen de uiteindelijke belastingaanslag aanzienlijk verlagen. Daarnaast is de premie zorgverzekeringswet een vaste last die apart moet worden betaald. Door het berekeningsproces stapsgewijs te volgen, van omzet en kosten tot belastbaar inkomen en heffingskortingen, kunnen gastouders een goede inschatting maken van hun netto-inkomen. De fiscale regels zijn complex en afhankelijk van de persoonlijke situatie, waardoor het raadzaam is om bij twijfel deskundig advies in te winnen.