Financiële en praktische verplichtingen bij ziekte van gastouder of vraagouder

Ziekte kan een aanzienlijke impact hebben op de opvang van kinderen via een gastouderbureau. Wanneer een gastouder of de vraagouder (de ouder die de opvang inkoopt) ziek wordt, ontstaan er vaak vragen over financiële verplichtingen, doorbetaling van lonen en het recht op kinderopvangtoeslag. De regelgeving rondom gastouderopvang is complex, omdat het een specifieke vorm van arbeid betreft die valt onder de Regeling opvang aan huis. Hierin zijn afspraken vastgelegd over loondoorbetaling, vakantiedagen en de juridische relatie tussen de gastouder, het gastouderbureau en de vraagouder. In dit artikel worden de financiële en praktische consequenties uiteengezet wanneer de gastouder ziek is, en welke verplichtingen de vraagouder heeft.

De juridische relatie en contractuele afspraken

Bij gastouderopvang aan huis is sprake van een driehoeksverhouding. De vraagouder sluit een contract af met zowel het gastouderbureau als de gastouder zelf. Het gastouderbureau fungeert hierbij als tussenpersoon en voert de zogenaamde ‘kassiersfunctie’ uit; dit houdt in dat zij de financiële afwikkeling verzorgen, zoals het innen van de vergoedingen en het uitbetalen van het loon aan de gastouder. De vraagouder betaalt een vergoeding die bestaat uit het loon voor de gastouder, een vakantietoeslag van 8% en de wettelijke doorbetaling van vakantiedagen. Het wettelijk aantal vakantiedagen wordt berekend als vier keer de overeengekomen arbeidsduur per week.

Deze contracten moeten wettelijk gezien bepaalde elementen bevatten. Hieronder vallen de opzegtermijn, de afgesproken uurprijs, het recht op vakantietoeslag, loondoorbetaling van vakantiedagen en de regeling rondom doorbetaling bij ziekte. Omdat de vraagouder in de context van de Arbowet wordt gezien als werkgever, rust er op de vraagouder de verantwoordelijkheid voor een veilige en gezonde werkomgeving. Dit betekent onder andere dat de woning door de GGD moet worden goedgekeurd voordat de opvang kan starten.

Ziekte van de gastouder: loondoorbetaling en financiële gevolgen

Wanneer de gastouder ziek wordt, is de vraagouder wettelijk verplicht het loon door te betalen. De loondoorbetaling duurt in principe zes weken. Tijdens deze periode dient de vraagouder ten minste 70% van het loon te betalen, met als ondergrens het wettelijk minimumloon. De vraagouder mag twee zogenaamde ‘wachtdagen’ instellen, wat inhoudt dat de gastouder voor de eerste twee ziektedagen geen loon ontvangt, mits dit contractueel is vastgelegd.

De financiële lasten beperken zich niet tot het loon alleen. De vraagouder betaalt ook de vakantietoeslag van 8% en de wettelijke vakantiedagen door, ook tijdens ziekte. De betalingen verlopen via het gastouderbureau. De vraagouder heeft geen administratieve verplichtingen zoals het inhouden van loonheffingen of sociale premies; dit wordt allemaal centraal geregeld via de Regeling opvang aan huis. Desondanks blijft de financiële last volledig bij de vraagouder liggen zolang de gastouder ziek is.

Gevolgen voor de kinderopvangtoeslag

Een belangrijk financieel aspect is de kinderopvangtoeslag. De Belastingdienst kent geen toeslag toe voor opvang die niet daadwerkelijk heeft plaatsgevonden. Wanneer de gastouder ziek is en er geen opvang kan worden geboden, vervalt het recht op kinderopvangtoeslag over die periode. De vraagouder betaalt dus het loon van de gastouder door, maar krijgt hiervoor geen vergoeding van de overheid.

Indien het gastouderbureau wel een vervangende gastouder kan regelen, verandert de situatie. Over de uren die de vervangende gastouder werkt, behoudt de vraagouder het recht op kinderopvangtoeslag. Echter, over de kosten van de zieke gastouder (de doorbetaling van het loon) wordt geen toeslag verstrekt. Dit betekent dat de vraagouder in een dergelijke situatie vaak met extra kosten wordt geconfronteerd: doorbetaling van het loon van de zieke gastouder zonder toeslag, en vergoeding van de vervangende gastouder mét toeslag.

Arbeidsovereenkomst en opzegging

De ziekte van de gastouder heeft ook gevolgen voor de duur van de arbeidsovereenkomst. Zolang de gastouder ziek is, kan de vraagouder de arbeidsovereenkomst niet direct opzeggen. De wetgeving bepaalt dat opzegging pas mogelijk is na een periode van twee jaar ziekte. Mocht de vraagouder toch voortijdig de overeenkomst willen beëindigen zonder dat hier een geldige reden voor is (zoals ernstige verwijtbaarheid aan de kant van de gastouder), dan kan de gastouder herstel van de arbeidsovereenkomst eisen. Bij onvrijwillige beëindiging na bijvoorbeeld een conflict of langdurige ziekte, heeft de gastouder in beginsel recht op een transitievergoeding, tenzij sprake is van ernstige verwijtbaarheid.

Ziekte van het kind of de vraagouder

Naast ziekte van de gastouder kan ook het kind ziek worden, of de vraagouder zelf. De financiële en praktische gevolgen hiervan verschillen aanzienlijk.

Ziekte van het kind

Wanneer een kind ziek is en niet naar de gastouder kan, heeft de gastouder recht op doorbetaling van de gereserveerde uren. De gastouder heeft deze uren vrijgehouden en kan deze niet opvullen met een ander kind. Omdat de gastouder niet in loondienst is bij een bedrijf, vormen de afgenomen en gereserveerde uren het inkomen. De vraagouder is dus verplicht deze uren te betalen, ook al vindt er geen opvang plaats. Dit beleid wordt door diverse gastouderbureaus gehanteerd om de inkomenszekerheid van de gastouder te waarborgen.

Ziekte van de vraagouder

Wanneer de vraagouder zelf ziek is, verandert er in principe niets voor de gastouder. De gastouder moet nog steeds beschikbaar zijn en krijgt uitbetaald volgens de contractuele afspraken. De vraagouder kan voor de eigen ziekte eventueel calamiteitenverlof of kort verzuimverlof opnemen, afhankelijk van de situatie en de arbeidsovereenkomst bij de eigen werkgever. Dit verlof is bedoeld voor plotselinge situaties die onmiddellijk oplossing vereisen, zoals het ophalen van een ziek kind van school, of het verlenen van zorg aan een ziek kind.

Calamiteitenverlof en kort verzuimverlof

Voor zowel de vraagouder als de gastouder kunnen regelingen rondom verzuim van toepassing zijn. Voor de vraagouder geldt dat er geen onvoorwaardelijk recht bestaat op doktersbezoek tijdens werktijd, hoewel dit wel onder bepaalde omstandigheden is toegestaan. Calamiteitenverlof kan worden opgenomen bij plotselinge gebeurtenissen die de aanwezigheid van de vraagouder vereisen. Familiaal verlof is eveneens mogelijk, mits voorzien van een attest waaruit de noodzaak blijkt.

Praktische overwegingen bij ziekte van de gastouder

Naast de financiële kant zijn er praktische consequenties verbonden aan de ziekte van een gastouder. Hoewel de loondoorbetaling door de vraagouder is geregeld, is het vinden van passende vervanging lang niet altijd eenvoudig.

Vervangende opvang

Gastouderbureaus proberen bij ziekte van de gastouder doorgaans een vervangende gastouder te regelen. Dit kan noodopvang betekenen bij een andere gastouder. Voor het kind kan dit even wennen zijn, omdat er sprake is van een andere omgeving en persoon. Indien er geen vervangende gastouder kan worden gevonden, vervalt de opvang en heeft de vraagouder geen recht op kinderopvangtoeslag, terwijl de betaling aan de zieke gastouder doorloopt.

Loyaliteit en inkomenszekerheid

Er zijn signalen dat het ziekteverzuim bij gastouders relatief laag is. Een verklaring hiervoor is dat gastouders geen wettelijk recht hebben op doorbetaling bij ziekte boven de zes weken (tenzij anders contractueel vastgelegd) en daardoor vaak proberen zo lang mogelijk door te werken. Desalniettemin kan ziekte van de gastouder, of ziekte van het eigen kind van de gastouder, leiden tot onverwachte situaties. In een specifiek voorbeeld werd een vraagouder geconfronteerd met een zieke gastouder (diens eigen kind was ziek). De vraagouder moest het kind thuishouden, terwijl de gastouder werd doorbetaald. De vraagouder vroeg zich af of in een dergelijk geval (ziekte van het eigen kind van de gastouder) betaling kon worden geminderd. De contractuele verplichting tot doorbetaling van het loon blijft in beginsel bestaan, ongeacht de reden van afwezigheid, tenzij specifieke afspraken hierover in het contract of de huisregels van de gastouder staan vermeld.

Overige juridische en administratieve aspecten

De positie van het gastouderbureau

Het gastouderbureau speelt een centrale rol in de afwikkeling. Zij zorgen voor de financiële administratie en het nakomen van de wettelijke verplichtingen. De vraagouder heeft bij toepassing van de Regeling opvang aan huis geen administratieve verplichtingen zoals loonheffing of sociale premie-inhouding. Dit ontziet de vraagouder, maar betekent niet dat de financiële lasten worden verlaagd.

Werktijden en pauzes

Gastouders mogen volgens de regelgeving maximaal 12 uur per dienst werken. Bij een dienst langer dan 10 uur hebben zij recht op 45 minuten pauze. Deze regels zijn van belang voor de planning, ook wanneer er sprake is van vervangende opvang of wanneer de vraagouder zelf ziek is en de opvang moet regelen.

Opzegging en geschillen

De vraagouder kan de arbeidsovereenkomst opzeggen met inachtneming van de opzegtermijn, mits er een geldige reden is. Zonder geldige reden kan de gastouder herstel van de arbeidsovereenkomst eisen. Bij onvrijwillige beëindiging kan een transitievergoeding verschuldigd zijn. De hoogte van deze vergoeding en de voorwaarden zijn afhankelijk van de duur van het dienstverband en de aard van het ontslag.

Veiligheid en gezondheid

Omdat de vraagouder werkgever is in de zin van de Arbowet, rust er een zorgplicht. De woning moet veilig zijn en goedgekeurd door de GGD. Indien er sprake is van besmettelijke ziekten (zoals in het geval van vlekkenziekten bij het eigen kind van de gastouder), moet de vraagouder beslissen of de opvang doorgaat. De gastouder dient de vraagouder tijdig te informeren. De vraagouder kan vervolgens beslissen het kind op te halen of de opvang te laten doorgaan, waarbij de financiële verplichtingen onverminderd doorlopen tenzij anders afgesproken.

Conclusie

De gevolgen van ziekte bij gastouderopvang zijn financieel en juridisch ingrijpend voor de vraagouder. Bij ziekte van de gastouder bestaat er een wettelijke verplichting tot loondoorbetaling gedurende ten minste zes weken, inclusief vakantietoeslag en doorbetaling van vakantiedagen. Deze kosten worden niet gecompenseerd door kinderopvangtoeslag, aangezien er geen opvang plaatsvindt. Alleen wanneer een vervangende gastouder wordt ingezet, is er recht op toeslag over de uren van die vervangende opvang.

Voor het kind en de vraagouder betekent ziekte van het kind dat de uren moeten worden doorbetaald aan de gastouder, ongeacht het feit dat er geen opvang plaatsvindt. De vraagouder kan voor eigen ziekte of zorgverlof aanspraak maken op calamiteitenverlof, afhankelijk van de eigen arbeidsovereenkomst.

De juridische structuur van de gastouderopvang zorgt voor duidelijkheid, maar legt ook een zware financiële verantwoordelijkheid bij de vraagouder. Het is van belang dat deze afspraken contractueel goed worden vastgelegd, inclusief regelingen voor wachtdagen en de gevolgen van langdurige ziekte. Het gastouderbureau ondersteunt hierbij, maar de uiteindelijke verantwoordelijkheid voor de doorbetaling en de werkgeverslasten rust op de vraagouder. Zorgvuldige communicatie en het tijdig regelen van vervanging zijn cruciaal om de impact op het kind en de financiële lasten zoveel mogelijk te beperken.

Bronnen

  1. Thuis in Opvang - Opvang aan huis
  2. BabyHelp - Wat als een gastouder ziek is?
  3. GOBNL - Betaal ik door bij ziekte?
  4. Zwangerschapspagina - Kind ziek van gastouder, moeten wij doorbetalen?

Gerelateerde berichten