Nieuwe regelgeving voor speeltoestellen bij gastouders: impact, uitzonderingen en praktische gevolgen

Inleiding

De discussie rondom de veiligheid en regelgeving van speeltoestellen in de gastouderopvang is de afgelopen jaren een complex en dynamisch onderwerp geweest. Aanleiding was een uitspraak van de rechtbank Rotterdam in 2023, die bepaalde dat speeltoestellen bij gastouders onder de Wet Attracties en Speeltoestellen (WAS) vallen. Deze ontwikkeling zorgde voor aanzienlijke onrust onder gastouders, gastouderbureaus en belangenverenigingen, omdat dit betekende dat speeltoestellen die bedrijfsmatig worden gebruikt, moesten voldoen aan strikte veiligheidsnormen en gekeurd dienden te zijn. De WAS is normaliter van toepassing op speeltoestellen in openbare ruimtes, zoals speeltuinen en schoolpleinen, met als doel de veiligheid van kinderen te waarborgen. De toepassing op de kleinschalige gastouderopvang werd als een onbedoelde en zware last ervaren.

Gevolg van deze rechterlijke uitspraak was dat gastouders, zonder dat zij hier op voorbereid waren, geconfronteerd werden met de verplichting om hun speeltoestellen te laten certificeren. Dit gold voor zowel binnen- als buitentoestellen. De Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) had reeds een gastouder beboet wegens het ontbreken van een certificaat, wat leidde tot een juridische procedure aangespannen door de branchevereniging Nysa. Tot op heden was de situatie onduidelijk; de GGD en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) wisten niet dat de WAS van toepassing was en handhaafden hier dan ook niet op. Echter, de rechtbank bevestigde dat de speeltoestellen "bedrijfsmatig" worden gebruikt en dus onder de term "publiek gebruik" vallen, waardoor ze aan de WAS moeten voldoen. Dit leidde tot een impasse waarin gastouders werd geadviseerd toestellen buiten gebruik te stellen of te laten keuren, terwijl hierover nog gesprekken liepen.

Wetswijziging per 1 januari 2025

Gelukkig is er in 2025 een definitieve oplossing gekomen voor de problematiek rondom speeltoestellen in de gastouderopvang. De ministeries van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) en Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) hebben besloten een uitzondering te maken voor gastouders. Per 1 januari 2025 zijn gastouders uitgezonderd van de regels zoals vastgelegd in het Warenwetbesluit attractie- en speeltoestellen (WAS 2023). Deze wetswijziging betekent een enorme verlichting voor de sector.

De keuze voor deze uitzondering is gebaseerd op meerdere factoren. Ten eerste is het onderscheid tussen publiek en privaat gebruik in de gastouderopvang minder vanzelfsprekend dan in grootschalige instellingen. Een schommel of glijbaan in de tuin van een gastouder is zowel privé (buiten opvangtijden) als bedrijfsmatig (tijdens opvanguren) in gebruik. Het handhaven van de WAS-regels zou betekenen dat gastouders voor dezelfde toestellen twee verschillende regimes moeten hanteren, wat praktisch onuitvoerbaar is. Ten tweede benadrukken de ministeries dat het doel van de regelgeving – het waarborgen van de veiligheid van kinderen – in de gastouderopvang al op andere manieren wordt geborgd. Zo is er sprake van een jaarlijkse risico-inventarisatie en vindt er toezicht plaats door de lokale GGD. Deze bestaande waarborgen worden voldoende geacht om de veiligheid te garanderen, zonder dat de zware last van de WAS-certificering nodig is.

Deze wetswijziging is een direct gevolg van de onrust die ontstond na de rechterlijke uitspraak van 2023. De uitspraak had tot gevolg dat speeltoestellen van gastouders, zowel binnen als buiten, gekeurd moesten zijn. Wanneer ze hier niet aan voldeden, liepen gastouders het risico op een fikse boete van de NVWA en konden toestellen worden afgekeurd en buiten gebruik gesteld worden. De belangenorganisaties, waaronder de Branchevereniging Kinderopvang (waar GASTOU lid van is) en Nysa, hebben zich hard gemaakt voor deze uitzondering. Zij stelden dat de regels niet pasten bij de huiselijke setting van gastouderopvang en dat het spelplezier van kinderen hierdoor in gevaar kwam. De nieuwe wetgeving per 2025 maakt een einde aan deze onzekerheid.

De Wet Attracties en Speeltoestellen (WAS) en de impact op de kinderopvang

Om de impact van de wetswijziging goed te begrijpen, is het belangrijk om te weten wat de WAS precies inhoudt en waarom de toepassing ervan op gastouderopvang zo ingrijpend was. Het Warenwetbesluit attractie- en speeltoestellen is een regeling die al sinds de jaren '90 van kracht is, maar in 2023 is aangescherpt (WAS 2023). Het primaire doel van de wet is het beperken van risico's voor kinderen bij het gebruik van speeltoestellen in openbare ruimtes.

De wet stelt specifieke eisen aan diverse aspecten van een speeltoestel. Dit omvat de constructie van het toestel, het ontwerp en het onderhoud. Het idee is dat een speeltoestel dat voldoet aan deze normen, veilig is voor kinderen om op te spelen en dat het risico op ongelukken tot een minimum wordt beperkt. Onder de WAS 2023 vallen speeltoestellen die bestemd zijn voor publiek gebruik. Dit zijn doorgaans toestellen in speeltuinen, op schoolpleinen of in openbare parken. De rechter heeft in 2023 geoordeeld dat gastouderopvang kwalificeert als "publiek gebruik" in de context van de wet, omdat de speeltoestellen op de gastouderlocatie niet alleen privé worden gebruikt, maar ook bedrijfsmatig tijdens de opvanguren.

De gevolgen van deze interpretatie waren verstrekkend voor gastouders. In de praktijk betekende het dat elke gastouder met speeltoestellen in de tuin of in huis deze moest laten keuren door een deskundige. Dit keuringsproces resulteert in een certificaat van goedkeuring. Zonder dit certificaat was het toestel in strijd met de wet. De NVWA had in een specifiek geval reeds handhavend opgetreden door een gastouder te beboeten en de speeltoestellen buiten gebruik te stellen. Dit creëerde een precaire situatie. Gastouders die te goeder trouw waren en niet wisten dat de wet op hen van toepassing was, werden geconfronteerd met juridische en financiële problemen.

De onduidelijkheid werd verder vergroot doordat toezichthouders, zoals de GGD, niet wisten dat de WAS op gastouderopvang van toepassing was. De GGD houdt toezicht op de kwaliteit van de kinderopvang, maar richt zich op andere aspecten, zoals de pedagogische omgeving en veiligheid in bredere zin. Zij hebben nooit gecontroleerd op WAS-certificaten. Desondanks bleek uit de rechterlijke uitspraak dat de wet wel degelijk van toepassing was en dat de NVWA kon handhaven. De uitspraak zorgde voor een discrepantie tussen het toezicht door de GGD en de juridische realiteit via de NVWA.

De branchevereniging Nysa adviseerde gastouders in eerste instantie dan ook zeer voorzichtig te zijn. Het advies was om speeltoestellen die potentieel onder de WAS vielen, buiten gebruik te stellen totdat er duidelijkheid was over de te volgen procedure, of om ze direct te laten keuren. Dit was een rigoureus advies, maar noodzakelijk om juridische risico's te vermijden. De kosten voor keuring en het eventueel vervangen van niet-veilige toestellen zouden voor veel gastouders een zware last betekenen. Bovendien was het onderscheid tussen toestellen die wel en niet onder de wet vielen voor gastouders vaak niet duidelijk. De wet is normaliter bedoeld voor toestellen die in openbare ruimtes staan, maar door de uitspraak werden ook toestellen in de privétuin van de gastouder meegenomen, mits deze ook voor de opvang gebruikt werden.

Praktische gevolgen en onduidelijkheden voor gastouders

Voor de invoering van de uitzondering per 2025 zorgde de rechterlijke uitspraak voor een praktisch dilemma voor gastouders. De kern van het probleem lag in het feit dat de speeltoestellen in een grijze zone terechtkwamen. Enerzijds waren het privébezittingen in een huiselijke tuin, anderzijds werden ze gebruikt voor een bedrijfsmatige activiteit: kinderopvang. De WAS maakt dit onderscheid niet; als er sprake is van publiek gebruik, gelden de regels.

Dit had tot gevolg dat een schommel die door de eigen kinderen van de gastouder buiten opvangtijden gebruikt mocht worden, tijdens de opvanguren niet gebruikt mocht worden als deze niet gekeurd was. Dit leidde tot de absurde situatie dat gastouders 's ochtends de schommel buiten gebruik moesten nemen voordat de eerste gastouderkinderen arriveerden, en deze pas na het vertrek van de kinderen weer mochten gebruiken. Dit was niet alleen onpraktisch, maar zorgde ook voor onbegrip bij zowel de gastouders als de vraagouders.

De kosten speelden eveneens een grote rol. Het keuren van speeltoestellen volgens de WAS-normen vereist deskundigheid en kost geld. Veel gastouders werken vanuit huis en hebben beperkte financiële middelen. De investering voor keuringen, en mogelijke aanpassingen of vervanging van toestellen, was voor velen een onverwachte en ongewenste uitgave. De angst voor boetes van de NVWA was groot. De bronnen vermelden expliciet dat gastouders een "fikse boete" riskeren als ze niet aan de eisen voldoen.

Daarnaast was er de factor tijd en kennis. Veel gastouders waren niet op de hoogte van het bestaan van de WAS, laat staan dat ze wisten hoe ze hun toestellen moesten laten keuren. De GGD, die normaliter het aanspreekpunt is voor kwaliteit en veiligheid, kon hier geen duidelijkheid over geven omdat ook zij verrast waren door de uitspraak. De VNG (Vereniging van Nederlandse Gemeenten) was eveneens niet op de hoogte van de implicaties van de wet voor gastouderopvang. Dit gebrek aan voorlichting en duidelijkheid zorgde voor een gevoel van chaos en onzekerheid in de sector.

De discussie liep door in de loop van 2024. Er werden gesprekken gevoerd tussen de ministeries, belangenverenigingen en toezichthouders over een passende oplossing. De kernvraag was of de WAS de juiste wetgeving was voor de kleinschalige, huiselijke context van gastouderopvang. De consensus was dat dit niet het geval was, maar een juridische oplossing was nodig. Totdat deze er was, bleef de situatie onzeker. Gastouders werd geadviseerd om, indien mogelijk, te controleren of hun toestellen onder de WAS vielen en hier actie op te ondernemen, al was het alleen maar om juridische problemen te voorkomen.

Veiligheid als prioriteit in de gastouderopvang

Hoewel de discussie voornamelijk draaide om regelgeving en bureaucratie, is het essentieel om te benadrukken dat veiligheid te allen tijde de hoogste prioriteit heeft in de gastouderopvang. De invoering van de WAS-regels voor gastouders was bedoeld om de veiligheid te verhogen, maar de implementatie ervan werd als disproportioneel ervaren. De uitzondering per 2025 betekent niet dat veiligheid minder belangrijk is. Integendeel, de ministeries hebben benadrukt dat de veiligheid van kinderen in de gastouderopvang op andere manieren al goed geborgd is.

Een belangrijke waarborg is de jaarlijkse risico-inventarisatie (RIE). Gastouders zijn verplicht om jaarlijks de risico's in hun opvangomgeving in kaart te brengen. Dit omvat ook de veiligheid van speeltoestellen en de algemene inrichting van de woning en tuin. Hierbij moeten gastouders nagaan of er sprake is van gevaarlijke situaties, zoals loszittende onderdelen, scherpe randen of instabiele constructies bij speeltoestellen. Op basis van deze inventarisatie moeten maatregelen worden genomen om de veiligheid te garanderen. Dit proces zorgt ervoor dat gastouders proactief bezig zijn met de veiligheid van hun opvangomgeving.

Naast de eigen verantwoordelijkheid van de gastouder is er het toezicht door de GGD. De GGD inspecteert de gastouderopvang op diverse kwaliteitsaspecten. Hoewel de GGD voorheen niet controleerde op WAS-certificaten, houden ze wel toezicht op de algemene veiligheid. Tijdens een inspectie zal een GGD-inspecteur letten op de staat van de speeltoestellen, de aanwezigheid van gevaarlijke situaties en of de omgeving veilig is voor kinderen. De GGD kan handhaven op basis van de Wet kinderopvang als er sprake is van onveilige situaties. Dit biedt een andere vorm van toezicht dan de specifieke keuringen volgens de WAS, maar het doel is hetzelfde: het waarborgen van een veilige speelomgeving.

De discussie rondom de WAS heeft het belang van deze bestaande waarborgen nogmaals onderstreept. De sector en de ministeries waren het erover eens dat de kleinschaligheid en de huiselijke setting van gastouderopvang specifieke benaderingen vereisen. De WAS is geschreven voor toestellen die door een groot publiek worden gebruikt en die vaak intensiever worden belast. Gastouderopvang kent een kleiner groepje kinderen en een meer persoonlijke omgeving. De risico's zijn anders en de manier om deze te beheersen is dat ook. De bestaande regelgeving rondom de Wet kinderopvang, inclusief de risico-inventarisatie en GGD-toezicht, wordt nu als afdoende beschouwd.

De wetswijziging per 2025 sluit aan bij de wens om de regeldruk voor gastouders te verminderen, zonder in te boeten op de veiligheid van de kinderen. Het is een erkenning van het feit dat gastouderopvang een unieke vorm van kinderopvang is, met eigen kenmerken en behoeften. De veiligheid blijft gewaarborgd door de algemene wetgeving en de professionele houding van gastouders, die zich bewust zijn van hun verantwoordelijkheid voor het welzijn van de kinderen die zij opvangen.

Conclusie

De ontwikkelingen rondom de regelgeving voor speeltoestellen in de gastouderopvang hebben een turbulente periode gekend. De rechterlijke uitspraak in 2023, die de WAS van toepassing verklaarde op gastouderopvang, zorgde voor onrust en onzekerheid. Gastouders werden geconfronteerd met de verplichting tot keuring en certificering van speeltoestellen, met boetes en buiten gebruik stelling als risico. De praktische gevolgen waren groot, mede door gebrek aan voorlichting en de onduidelijkheid over de toepassing van de wet in een huiselijke setting.

Gelukkig heeft dit geleid tot een adequate reactie vanuit de overheid. Per 1 januari 2025 is er een wettelijke uitzondering voor gastouders op de WAS-regels. Deze ontwikkeling is een direct gevolg van de bezwaren geuit door belangenverenigingen en de erkenning dat de bestaande waarborgen in de gastouderopvang, zoals de jaarlijkse risico-inventarisatie en het toezicht door de GGD, voldoende zijn om de veiligheid van kinderen te garanderen. De wetswijziging betekent een vermindering van de regeldruk voor gastouders en zorgt voor duidelijkheid.

Voor de praktijk betekent dit dat gastouders zich niet langer zorgen hoeven te maken over het keuren van speeltoestellen volgens de WAS-normen. Zij kunnen hun verantwoordelijkheid voor veiligheid blijven invullen via de algemene kaders van de Wet kinderopvang. De focus blijft liggen op het bieden van een veilige en stimulerende omgeving voor kinderen, waarbij de kleinschaligheid en persoonlijke aandacht van de gastouderopvang centraal staan. De kwestie van de speeltoestellen laat zien hoe regelgeving en praktijk soms botsen, maar ook hoe dialoog en aanpassing kunnen leiden tot een beter passende oplossing voor de sector.

Bronnen

  1. Gastou.nl
  2. Grootplezier.nl
  3. Aoc-snijders.nl
  4. Viaviela.nl
  5. Rijksoverheid.nl
  6. Kinderopvang-thuis.nl

Gerelateerde berichten