De veiligheid van kinderen is het allerbelangrijkste in de opvang, en dat geldt ook voor de speeltoestellen waarmee ze dagelijks spelen. De afgelopen jaren is er veel onduidelijkheid en discussie geweest over de regels voor speeltoestellen bij gastouders. Waar gastouders vroeger misschien nog vrij waren in hun keuze voor speelmateriaal, is er nu een complex wetgevingsproces op gang gekomen dat de veiligheid van speeltoestellen in de kinderopvang reguleert. In dit artikel belichten we de ontwikkelingen rondom de Wet Attracties en Speeltoestellen (WAS), de juridische uitspraken die hieraan ten grondslag liggen en de consequenties voor gastouders, zowel in het verleden als in de nabije toekomst.
De Wet Attracties en Speeltoestellen (WAS)
De Wet Attracties en Speeltoestellen (WAS) is een wet die normaal gesproken van toepassing is op speeltoestellen in openbare ruimtes, zoals speeltuinen. Het doel van deze wet is om te garanderen dat speeltoestellen veilig zijn voor publiek gebruik. De wet stelt specifieke eisen aan de constructie, het ontwerp en het onderhoud van speeltoestellen. Speeltoestellen die onder de WAS vallen, moeten voldoen aan specifieke veiligheidsnormen en beschikken over een certificaat van goedkeuring.
Echter, de toepassing van deze wet op gastouderopvang is een relatief nieuw fenomeen. Tot voor kort was het niet gebruikelijk dat de WAS werd toegepast op de speeltoestellen in de tuin of woning van een gastouder. De reden hiervoor was dat gastouderopvang vaak wordt gezien als een kleinschalige, huiselijke vorm van opvang, waar de speeltoestellen ook privé worden gebruikt. De wet onderscheidt echter tussen privaat en publiek gebruik, en de vraag was of de opvang door een gastouder kwalificeerde als 'publiek gebruik'.
Juridische ontwikkelingen en uitspraken
In 2023 deed de Rechtbank Rotterdam een belangrijke uitspraak die het landschap van de gastouderopvang veranderde. De rechter oordeelde dat speeltoestellen van gastouders en bij vraagouders waar gastouders werken, onder de Wet Attracties en Speeltoestellen (WAS) vallen. Het argument was dat gastouders bedrijfsmatig kinderen opvangen en de speeltoestellen op de locatie (zowel buiten als binnen) niet alleen privé gebruikt worden, maar ook bedrijfsmatig. Hierdoor vallen deze toestellen onder de term “publiek gebruik” en moeten ze voldoen aan de WAS.
Deze uitspraak leidde tot grote onrust onder gastouders. De consequentie was dat alle speeltoestellen, zowel binnen als buiten, gekeurd moesten worden volgens het Warenwetbesluit Attractie- en Speeltoestellen (WAS). Als ze hier niet aan voldeden, riskerden gastouders een fikse boete. De Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) zou toezicht houden op de naleving van deze regels.
De rol van de NVWA en GGD
De NVWA is de instantie die toezicht houdt op de naleving van de WAS. Volgens de uitspraak van de rechtbank zouden speeltoestellen bij gastouders steekproefsgewijs gecontroleerd kunnen worden. Als een speeltoestel niet gecertificeerd is, zou dit kunnen leiden tot een afkeuring en een boete.
De GGD (Gemeentelijke Gezondheidsdienst) speelt ook een rol in de controle op de veiligheid van de opvangomgeving. De GGD bezoekt jaarlijks ongeveer 50% van alle gastouders en kinderdagverblijven in Nederland. Tijdens deze inspectie wordt gekeken naar de algemene veiligheid van de speeltoestellen. Hoewel de GGD kan vragen om een certificaat volgens norm EN1176 (de norm voor openbare speeltoestellen), is dit niet standaard. Als de GGD oordeelt dat het toestel en de omgeving rondom veilig genoeg zijn, kan er een goedkeuring worden gegeven, zelfs zonder aanwezigheid van een officieel WAS-certificaat. Echter, de juridische uitspraak stelt dat de WAS van toepassing is, wat een strikter kader lijkt dan de algemene veiligheidsbeoordeling door de GGD.
Onrust en bezwaren in de sector
De uitspraak van de rechtbank werd niet door iedereen omarmd. Verschillende partijen, waaronder de adviesraad gastouderbureaus van de Branchevereniging Kinderopvang (waar GASTOU lid van is), de NYSA (belangenvereniging voor gastouders), en de toezichthoudende instanties GGD en VNG, zijn van mening dat de WAS niet van toepassing zou moeten zijn op de gastouderopvang. Hun argumentatie is dat het onderscheid tussen publiek en privaat gebruik bij gastouderopvang minder vanzelfsprekend is dan in een openbare speeltuin. Een schommel die in de tuin van een gastouder staat, kan privé gebruikt worden door de eigen kinderen, maar tijdens de opvanguren moet deze plotseling voldoen aan strengere eisen. Dit leidt tot een onwerkbare situatie.
De NYSA adviseerde gastouders dan ook om per direct alle speeltoestellen buiten gebruik te stellen totdat er duidelijkheid zou zijn. Dit was een drastisch advies, maar het onderstreepte de bezorgdheid over de financiële en praktische consequenties van de nieuwe regelgeving. Gastouders zouden immers dure, officieel gekeurde speeltoestellen moeten aanschaffen, wat niet in verhouding staat tot de kleinschaligheid van hun opvang.
De ontwikkeling van een uitzondering
Na de juridische uitspraak en de maatschappelijke onrust zijn de ministeries van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) en Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) in gesprek gegaan over een oplossing. Het doel was om te zorgen dat kinderen veilig kunnen spelen, maar dit doel moet op een manier worden bereikt die past bij de aard van de gastouderopvang. De huidige waarborgen, zoals de jaarlijkse risico-inventarisatie en het toezicht door de GGD, worden als voldoende beschouwd voor de veiligheid in de kleinschalige opvangomgeving.
Vanaf 1 januari 2025 is er een belangrijke ontwikkeling gaande. De ministeries hebben besloten om een uitzondering te maken voor gastouders. Dit betekent dat gastouders vanaf die datum niet langer hoeven te voldoen aan de strenge regels van het Warenwetbesluit Attracties en Speeltoestellen (WAS 2023) voor hun speeltoestellen. Ook is er een uitzondering in de maak voor kinderbedden en -boxen in de gastouderopvang, aangezien de eisen voor deze producten in de Warenwetregeling nadere eisen kinderbedden en -boxen kinderopvang vooral betrekking hebben op de grootschaligere setting van kinderdagverblijven.
Deze wetswijziging is bedoeld om de onduidelijkheid en onrust weg te nemen. De uitzondering is gebaseerd op het feit dat het onderscheid tussen publiek en privaat gebruik bij gastouderopvang moeilijk te maken is en dat de bestaande veiligheidsmaatregelen via de GGD en de risico-inventarisatie al voorzien in de benodigde veiligheid.
Praktische implicaties voor gastouders
Voor gastouders is het van belang om de ontwikkelingen rondom de WAS goed in de gaten te houden. Hoewel de uitzondering per 1 januari 2025 is aangekondigd, was de situatie in de tussentijd complex. Gastouders die in het verleden speeltoestellen hebben die niet voldoen aan de WAS, liepen het risico op boetes of afkeuringen. De NVWA kon immers handhaven op basis van de rechtbankuitspraak.
De uitzondering betekent dat de focus voor de veiligheid van speeltoestellen in de gastouderopvang weer verschuift van een strikt certificeringsproces naar een meer algemene beoordeling van veiligheid, zoals die ook door de GGD wordt gedaan. Dit betekent niet dat veiligheid niet belangrijk is; integendeel. Een gastouder moet nog steeds zorgen voor een veilige speelomgeving. Dit houdt in dat speeltoestellen in goede staat verkeren, dat er geen scherpe randen of losse onderdelen zijn en dat de ondergrond veilig is. De verantwoordelijkheid voor de veiligheid blijft dus bestaan, maar de juridische dwang om een duur officieel certificaat te hebben, wordt verminderd.
Voor gastouders die al geïnvesteerd hebben in gekeurde speeltoestellen, verandert er op korte termijn waarschijnlijk niet veel. Zij hebben al speeltoestellen die voldoen aan de strengste normen en dat is een veilige keuze. Voor gastouders die twijfelen over de status van hun speeltoestellen, brengt de aangekondigde wetswijziging duidelijkheid en verlichting.
Conclusie
De discussie over speeltoestellen in de gastouderopvang is een duidelijk voorbeeld van hoe wetgeving en praktijk soms botsen. De oorspronkelijke toepassing van de Wet Attracties en Speeltoestellen (WAS) op gastouderopvang, zoals door de Rechtbank Rotterdam in 2023 werd bepaald, zorgde voor een onwerkbare situatie waarin gastouders geconfronteerd werden met eisen die waren ontworpen voor openbare speeltuinen. De bezwaren vanuit de sector, ondersteund door belangenverenigingen en toezichthouders, hebben geleid tot een heroverweging door de overheid.
Met de aangekondigde uitzondering per 1 januari 2025 keert het tij. Gastouders worden uitgezonderd van de strenge WAS-regels, waarmee erkenning wordt gegeven aan de specifieke aard van de gastouderopvang. De veiligheid van kinderen blijft hierbij het uitgangspunt, maar de regelgeving sluit nu beter aan bij de praktijk van alledag. Het toezicht door de GGD en de verplichte risico-inventarisatie bieden voldoende waarborgen om een veilige speelomgeving te garanderen, zonder dat gastouders worden opgezadeld met onnodige administratieve lasten en kosten. De ontwikkelingen laten zien dat het belangrijk is dat regelgeving niet alleen streng is, maar ook passend bij de context waarin het wordt toegepast.