Ontwikkelingen en Overwegingen bij Gastouderopvang: Sluiting, Regelgeving en Financiële Gevolgen

De gastouderopvang vormt een essentiële schakel in de kinderopvang in Nederland, met name voor ouders die werkzaam zijn in sectoren met onregelmatige werktijden of die woonachtig zijn in regio's waar grootschalige kinderopvang beperkt beschikbaar is. Echter, de sector staat de laatste jaren voor aanzienlijke uitdagingen. Er is een duidelijke trend waarneembaar waarin het aantal actieve gastouders afneemt, waardoor de beschikbaarheid van opvangplaatsen onder druk komt te staan. Daarnaast spelen er complexe kwesties rondom regelgeving, de financiële afwikkeling bij tijdelijke sluiting wegens ziekte, en de administratieve gevolgen wanneer een opvangvoorziening definitief sluit of failliet gaat. Dit artikel belicht deze thema's op basis van beschikbare data en richtlijnen, met als doel ouders en verzorgers een helder overzicht te bieden van de huidige situatie en de te nemen stappen bij diverse scenario's.

De Kwetsbaarheid van de Regio: Een Teruglopend Aantal Gastouders

Uit onderzoek en monitoring van de sector blijkt dat er sprake is van een aanhoudende daling van het aantal gastouderopvanglocaties. De cijfers zijn significant: tussen 2018 en 2023 stopten er 12.582 gastouders. Dit vertegenwoordigt een daling van 41 procent. Deze ontwikkeling heeft directe gevolgen voor de bereikbaarheid van kinderopvang, vooral in dunbevolkte gebieden of dorpen waar gastouderopvang vaak de enige vorm van opvang is. Wanneer een gastouder in een dergelijk gebied stopt, ontstaat er vaak een acuut tekort aan plekken, wat een significante impact heeft op de combinatie van werk en zorg voor ouders.

De redenen waarom gastouders stoppen zijn divers, maar de gevolgen zijn eenduidig: een groep ouders, vaak diegenen met onregelmatige werktijden of zonder opvangmogelijkheden in de directe omgeving, komt in de knel. Het is een ontwikkeling die vraagt om nadere bestudering en oplossingsrichtingen, zo stellen brancheorganisaties. Onderzoeksbureau Significant Public voert in opdracht van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid momenteel onderzoek uit naar de precieze redenen van deze uitstroom en de gevolgen voor betrokken partijen. Dit onderzoek is cruciaal om het tij te keren en het gastouderschap opnieuw aantrekkelijk te maken.

Tijdelijke Sluiting en Gezondheidsklachten: Financiële Risico's en Contractuele Valkuilen

Een specifiek scenario dat de afgelopen jaren veel discussie heeft opgeroepen, betreft de situatie waarin een gastouder tijdelijk de opvang moet sluiten vanwege corona-gerelateerde gezondheidsklachten of omdat de gastouder (of huisgenoot) getest moet worden. In reactie hierop hebben sommige partijen, waaronder stichting Nysa (een brancheorganisatie), een 'addendum' voorgesteld. Dit addendum is een tijdelijke toevoeging aan het contract tussen gastouder en vraagouder. Het idee hierachter is om de financiële gevolgen voor de gastouder en het bureau te beperken.

Echter, de inhoud van dit addendum roept vragen op over de rechten en plichten van ouders. Volgens de beschikbare informatie houdt het addendum in dat ouders de uren waarop zij normaal gesproken opvang afnemen, ook doorbetalen wanneer de gastouder geen opvang kan bieden vanwege deze gezondheidsklachten. Hoewel dit de gastouder financieel zou ontzien, brengt het een aanzienlijk risico met zich mee voor de ouder: het verlies van het recht op kinderopvangtoeslag.

De Belastingdienst stelt een duidelijke voorwaarde: ouders ontvangen kinderopvangtoeslag alleen voor uren waarop er daadwerkelijk opvang wordt geboden en de opvang open is. Een tijdelijke sluiting door de gastouder vanwege ziekteverschijnselen of het afwachten van een testuitslag wordt door de overheid niet gezien als een gedwongen sluiting van de opvang (zoals tijdens de algemene lockdown in maart en april van enkele jaren geleden). Daarom is het onwaarschijnlijk dat de uren die worden doorbetaald zonder dat opvang plaatsvindt, in aanmerking komen voor toeslag.

BOinK (Belangenvereniging van Ouders in de Kinderopvang) adviseert ouders dan ook dringend om een dergelijk addendum niet te ondertekenen. Zij wijzen op het risico dat ouders de toeslag over die uren verliezen. De voorkeur gaat uit naar maatwerk. Zonder een addendum kunnen partijen afspraken maken over doorbetaling, waarbij elke maand opnieuw kan worden gekeken naar de situatie. Wel moet de ouder er rekening mee houden dat deze uren later mogelijk moeten worden verwijderd uit het systeem 'Mijn Toeslagen' om het recht op toeslag veilig te stellen. Het is een situatie die zorgvuldigheid vereist, waarbij de belangen van zowel de gastouder als de ouder moeten worden afgewogen tegen de wettelijke kaders.

Kwaliteitsborging en Professionalisering: De Rol van Gastouderbureaus

Naast de uitdagingen rondom beschikbaarheid en ziekte, staan gastouderbureaus en gastouders voor een aantal wettelijke verplichtingen die gericht zijn op kwaliteitsborging. De Wet Kinderopvang stelt vier pedagogische doelen centraal: het bieden van een veilige en verantwoorde omgeving, het stimuleren van sociale ontwikkeling, het overdragen van waarden en normen, en het stimuleren van de ontwikkeling van kinderen. Gastouderbureaus zijn verplicht deze doelen op te nemen in hun pedagogisch beleidsplan. Dit plan vormt de basis voor de ondersteuning die het bureau biedt aan gastouders.

Om deze ondersteuning vorm te geven, is er een verplichting voor gastouderbureaus om te beschikken over een pedagogisch beleidsmedewerker. Deze medewerker biedt elke gastouder jaarlijks drie uur coaching. Deze coaching is erop gericht om de kwaliteit van de opvang te waarborgen en gastouders te ondersteunen in hun pedagogische rol.

Een ander belangrijk aspect van veiligheid is de zogenaamde 'achterwacht'. Iedere gastouder is verplicht een achterwacht te hebben. Dit is een volwassene die in geval van nood (zoals een plotselinge ziekenhuisopname of een ongeval van de gastouder) binnen 15 minuten aanwezig kan zijn om de opvang over te nemen. Dit waarborgt de continuïteit en veiligheid van de opvang in noodsituaties.

Daarnaast is er een regeling omtrent het aantal gastouderbureaus waarbij een gastouder is aangesloten. Om onduidelijkheid over begeleiding te voorkomen, mogen gastouders zich aansluiten bij maximaal twee gastouderbureaus. Tijdens een overstap naar een ander bureau is het tijdelijk toegestaan om bij drie bureaus aangesloten te zijn. Bestaande contracten met ouders mogen worden uitgediend door gastouders die op 1 juli 2026 bij meer dan twee bureaus zijn aangesloten. Deze maatregelen zijn bedoeld om de kwaliteit en duidelijkheid in de begeleiding te verhogen.

Definitieve Sluiting of Faillissement: Administratieve Gevolgen en Stappen voor Ouders

Wanneer een gastouderopvang definitief sluit, bijvoorbeeld door een faillissement of een sluiting opgelegd door de gemeente, verliezen ouders met onmiddellijke ingang het recht op kinderopvangtoeslag voor die opvang. Dit gebeurt zodra de opvang niet meer geregistreerd staat in het Landelijk Register Kinderopvang en Peuterspeelzalen (LRKP). Het is voor ouders raadzaam om dit register te controleren om de status van de opvang te verifiëren.

De administratieve afhandeling hangt af van de precieze situatie. In alle gevallen moeten ouders de opvang opzeggen omdat het kind er niet meer terecht kan. Er zijn echter specifieke situaties te onderscheiden:

  1. Gastouderbureau sluit, maar de gastouder gaat door: Als het gastouderbureau sluit, maar de ouder het kind bij dezelfde gastouder wil houden, is het onder strikte voorwaarden mogelijk om de opvang voort te zetten zonder de toeslag te verliezen. De Belastingdienst stelt drie eisen:

    • De gastouder moet zich binnen vier maanden na de sluiting van het vorige bureau inschrijven bij een ander geregistreerd gastouderbureau.
    • De ouder moet met dit nieuwe bureau een opvangcontract afsluiten.
    • In de periode voordat de gastouder is ingeschreven bij het nieuwe bureau, mag de ouder de gastouder rechtstreeks betalen. De uren die in deze periode worden gemaakt, komen echter niet in aanmerking voor kinderopvangtoeslag.
  2. Gastouder stopt definitief: Als de gastouder zelf stopt, vervalt de opvang en het recht op toeslag. De ouder dient de opvang op te zeggen en op zoek te gaan naar een nieuwe opvang. Wanneer een nieuwe opvang is gevonden, moet dit worden doorgegeven.

  3. Doorstart na faillissement: Als er na een faillissement een doorstart is, is het belangrijk om te controleren of de opvang opnieuw is geregistreerd in het LRKP. Is dat het geval, dan kan de ouder de opvang voortzetten en opnieuw kinderopvangtoeslag aanvragen voor de toekomstige uren.

Het is van belang dat ouders deze wijzigingen tijdig doorgeven aan de Belastingdienst via 'Mijn Toeslagen'. Het stopzetten van de oude opvang en het doorgeven van de nieuwe opvang voorkomt onnodige administratieve rompslomp en zorgt ervoor dat de toeslagen correct worden aangepast.

Praktische Zaken: Huisregels en Tarieven

Naast de grote thema's van regelgeving en sluiting, spelen er op het niveau van de individuele gastouder praktische zaken die van belang zijn voor een soort verloopt van de opvang. Huisregels bieden hier duidelijkheid in. Hoewel deze per gastouder kunnen verschillen, geven voorbeelden uit de praktijk inzicht in wat ouders kunnen verwachten.

Zo kunnen huisregels specifieke afspraken bevatten over: * Bereikbaarheid: Openingstijden, sluitingsdagen (bijvoorbeeld woensdag) en afwezigheid op officiële feestdagen. * Betaling en Facturatie: De manier waarop uren worden gerekend. Een veelgehoorde praktijk is dat uren worden afgenomen in kwartieren. Bijvoorbeeld: een kind om 17.05 uur ophalen leidt tot facturatie tot 17.00 uur, terwijl ophalen na 17.05 leidt tot facturatie tot 17.15 uur. * Tarieven: De hoogte van het uurloon. Tarieven kunnen variëren afhankelijk van het tijdstip. In de avonduren (bijvoorbeeld vanaf 18:00 uur) geldt vaak een hoger tarief. In de basis tarieven is vaak voeding inbegrepen, tenzij expliciet anders vermeld. * Communicatie: De bereidheid van de gastouder om gesprekken te voeren over ontevredenheid of andere bespreekbare zaken.

Deze praktische regels vormen de basis voor een professionele relatie tussen ouder en gastouder en dragen bij aan een voorspelbare en gestructureerde opvangomgeving.

Conclusie

De gastouderopvang bevindt zich in een fase van transitie, gekenmerkt door een afnemend aantal beschikbare plekken en een complex krachtenveld van regelgeving en praktische uitdagingen. De daling van het aantal gastouders met 41 procent in de periode 2018-2023 is een zorgwekkend signaal dat de toegankelijkheid van opvang, met name in landelijke gebieden, onder druk zet. Tegelijkertijd bieden de huidige wet- en regelgeving, zoals de verplichting tot een pedagogisch beleidsplan, coaching en een achterwacht, kaders om de kwaliteit en veiligheid te waarborgen.

Voor ouders is het van cruciaal belang om goed geïnformeerd te zijn over hun rechten en plichten. Met name bij tijdelijke sluiting wegens ziekte van de gastouder is voorzichtigheid geboden bij het ondertekenen van addenda die doorbetaling van uren zonder opvang regelen; dit kan leiden tot verlies van kinderopvangtoeslag. Bij definitieve sluiting van een opvang of faillissement vereist de administratieve afhandeling aandacht. Door tijdig te handelen en de juiste stappen te volgen, zoals het doorgeven van wijzigingen en het controleren van registraties in het LRKP, kunnen ouders de gevolgen van sluiting zoveel mogelijk beperken en zoeken naar een passend nieuw opvangarrangement. De resultaten van lopend onderzoek naar de oorzaken van de uitstroom van gastouders kunnen in de toekomst mogelijk bijdragen aan het versterken van de positie van deze belangrijke vorm van kinderopvang.

Bronnen

  1. Gastouderopvang in kleine dorpen: flexibiliteit verdwijnt
  2. Onderzoek uitstroom gastouderopvang
  3. Gastouderopvang gesloten door gezondheidsklachten
  4. Kwaliteit gastouderopvang
  5. Huisregels gastouder Calle
  6. Mijn kinderopvang is failliet of sluit

Gerelateerde berichten