In de wereld van kinderopvang is de gastouderopvang een populaire keuze voor veel gezinnen. Het biedt een flexibele en persoonlijke omgeving voor kinderen. Echter, net als bij elke andere vorm van opvang, kunnen onverwachte situaties zoals ziekte van de gastouder of het kind roet in het eten gooien. Een plotselinge afwezigheid van de gastouder leidt tot vragen over opvang, financiële verplichtingen en juridische afwikkeling. Het is essentieel voor zowel vraagouders als gastouders om op de hoogte te zijn van de protocollen en regelgeving rondom ziekte. Deze gids biedt een gedetailleerd overzicht van de belangrijkste aspecten, gebaseerd op bestaande richtlijnen en praktijkervaringen.
De financiële verplichtingen van de vraagouder
Wanneer een gastouder ziek wordt, ontstaat er onmiddellijk een financiële vraag voor de vraagouder. In Nederland gelden er specifieke regels die lijken op die van een traditionele werkgever-werknemerrelatie. Hoewel een gastouder werkt als zelfstandig ondernemer, zijn vraagouders verplicht om het loon door te betalen tijdens ziekte. Volgens de richtlijnen moet de vraagouder het loon van de gastouder zes weken doorbetalen. Dit dient ten minste 70 procent van het oorspronkelijke loon te zijn. Deze regeling zorgt voor financiële zekerheid voor de gastouder, maar betekent een kostenpost voor de vraagouder.
Naast de loondoorbetaling bij ziekte zijn er andere financiële verplichtingen. Vraagouders betalen een vakantietoeslag van 8 procent. Ook het wettelijk aantal vakantiedagen wordt doorbetaald. Het is belangrijk om deze afspraken vast te leggen in een contract om misverstanden te voorkomen. De financiële gevolgen van ziekte kunnen voor beide partijen belastend zijn. Voor de gastouder betekent ziekte een directe inkomstendaling na de loondoorbetalingsperiode. Voor de vraagouder betekent het dat er betaald moet worden voor opvang die niet wordt genoten, tenzij er sprake is van een kinderopvangtoeslag die gecorrigeerd moet worden.
De impact op de kinderopvangtoeslag
Een belangrijk aandachtspunt is de kinderopvangtoeslag. Wanneer de gastouder ziek is en er geen opvang plaatsvindt, verandert de situatie voor de belastingdienst. De vraagouder dient deze wijziging door te geven aan de belastingdienst (via www.toeslagen.nl). Het niet tijdig doorgeven kan leiden tot een onterechte uitkering van toeslagen, wat later gecompenseerd moet worden. Het is raadzaam om dit altijd als een wijziging te registreren, zelfs als het om een kortdurende afwezigheid gaat. Dit voorkomt administratieve rompslomp achteraf.
De rol van het gastouderbureau
Veel gastouderopvangen zijn aangesloten bij een gastouderbureau. Dit bureau fungeert als schakel tussen vraagouder en gastouder en kan een cruciale rol spelen bij ziekte. Een gastouderbureau kan helpen bij het organiseren van noodopvang. Wanneer de vaste gastouder ziek is of met vakantie gaat, kan het bureau proberen om opvang bij een andere gastouder in de buurt te regelen. Dit biedt een oplossing voor de vraagouder, zodat het werkritme niet wordt onderbroken.
Echter, het is geen garantie. De noodopvang is afhankelijk van de beschikbaarheid van andere gastouders. Ook moet het kind wennen aan een nieuwe omgeving. Onderzoek toont aan dat gastouders over het algemeen minder vaak ziek zijn dan medewerkers in een kinderdagverblijf. Dit komt omdat zij zelfstandig ondernemers zijn en hun opvang vaak vanuit een passie bieden. Het financiële verlies bij ziekte is een extra motivatie om zich niet lichtvaardig ziek te melden. Toch blijft het een risico. Het is verstandig voor vraagouders om zelf een back-up plan te hebben, zoals calamiteitenverlof of opvang door familie.
Calamiteitenverlof voor vraagouders
Wanneer de gastouder ziek is en er geen directe opvangalternatieven zijn, kan de vraagouder een beroep doen op kortdurend verzuimverlof of calamiteitenverlof. Dit verlof is bedoeld voor plotselinge situaties die onmiddellijke aandacht vereisen. Op de eerste ziektedag van de gastouder kan de vraagouder dit verlof opnemen. Dit geldt ook voor andere onverwachte situaties, zoals een kind dat plotseling ziek wordt op school en opgehaald moet worden.
Dit verlof is niet onbeperkt. Het is bedoeld om de eerste hindernis op te vangen. De vraagouder moet dit melden bij de werkgever. De voorwaarden kunnen variëren, maar over het algemeen gaat het om situaties van overmacht. Het is raadzaam om de afspraken hierover met de werkgever vooraf te bespreken. Sommige bronnen vermelden dat er een attest nodig kan zijn voor familiaal verlof, hoewel dit specifiek gericht is op de zorg voor familieleden. De regelingen rondom doktersbezoek onder werktijd zijn strikt; er geldt geen onvoorwaardelijk recht op doktersbezoek, tenzij het noodzakelijk is voor de opvang van het kind.
De situatie bij het kind: Wanneer is een kind ziek?
Naast de ziekte van de gastouder is er de situatie waarin het kind ziek wordt. De vraag is dan: mag het kind nog naar de gastouder? In de meeste gevallen kan een kind met een lichte verkoudheid of kwaal wel naar de gastouder, tenzij er sprake is van besmettingsgevaar. Dit moet worden beoordeeld door de ouders en de gastouder.
Er zijn protocollen voor ziekte en medicijnen in de gastouderopvang. Deze protocollen beschrijven hoe om te gaan met zieke kinderen en het toedienen van medicijnen. Over het algemeen wordt er vanuit gegaan dat medicijnen zoveel mogelijk thuis worden gegeven. Echter, indien nodig kan de gastouder medicijnen toedienen. Dit dient wel voorafgaand aan de opvang of na het ontstaan van de ziekte te worden besproken en vastgelegd.
Richtlijnen voor medicijngebruik
Gastouderbureaus zijn terughoudend met het uitvoeren van risicovolle medische handelingen. Handelingen zoals injecties bij suikerziekte, het aanbrengen van klysma’s of het inbrengen van sondes worden door de gastouder niet uitgevoerd. Deze handelingen zijn voorbehouden aan artsen of deskundigen. De ouders worden geacht deze handelingen zelf uit te voeren, eventueel in overleg met thuiszorg. De gastouder kan helpen bij het toedienen van orale medicijnen (bijvoorbeeld siroop of tabletten), mits dit veilig is en is afgesproken. Een duidelijke communicatie over de medische toestand van het kind is cruciaal voor een goede samenwerking.
De gevolgen voor de gastouder: Ziekte als zelfstandig ondernemer
Voor de gastouder zelf heeft ziekte aanzienlijke gevolgen. Gastouders werken als zelfstandig ondernemers. Dit betekent dat zij geen recht hebben op loondoorbetaling door een werkgever. Hoewel de vraagouder het loon zes weken doorbetaalt, is dit een regeling die via de vraagouder loopt. Na deze zes weken stopt de inkomstenstroom direct. De gastouder kan niet terugvallen op de ziektewet zoals werknemers in loondienst.
Dit brengt financiële risico’s met zich mee. Het is daarom belangrijk voor gastouders om een eigen vangnet te creëren. Er zijn verschillende mogelijkheden om zich hiertegen te verzekeren: 1. Arbeidsongeschiktheidsverzekering (AOV): Een verzekering die uitkeert bij langdurige ziekte of arbeidsongeschiktheid. Er bestaan diverse soorten en dekkingen. 2. Vrijwillige ziektewet- en/of WIA-verzekering: Hiermee kan de gastouder zich vrijwillig verzekeren voor de wettelijke regelingen die voor werknemers gelden. 3. Broodfonds: Een broodfonds is een onderlinge waarbij een groep ondernemers elkaar financieel steunt bij ziekte. 4. Zelf opvangen: Sommige gastouders sparen zelf een reserve op.
De keuze hangt af van de persoonlijke situatie en het risicoprofiel. Het is essentieel dat gastouders zich hierover goed informeren voordat ze starten.
De impact op het kind en de routine
Een plotselinge ziekte van de gastouder of het kind doorbreekt de dagelijkse routine. Kinderen zijn gebaat bij structuur en voorspelbaarheid. Een wisseling van opvanglocatie kan voor stress zorgen, vooral bij jongere kinderen. Gastouders proberen dit op te vangen door een warme en veilige omgeving te bieden. Echter, bij langdurige afwezigheid van de vaste gastouder kan het nodig zijn dat het kind tijdelijk naar een andere opvang gaat.
Als het kind ziek is, kan het thuisblijven bij de ouders of, indien de afspraak dit toestaat, bij de gastouder blijven. De grens ligt bij besmettingsgevaar. Een kind met koorts, overgeven of een besmettelijke ziekte (zoals waterpokken of buikgriep) hoort thuis te blijven. De gastouder kan dan niet voor andere kinderen zorgen als er sprake is van besmettingsgevaar in het eigen gezin. De protocolen rondom ziekte zijn erop gericht de gezondheid van alle betrokkenen te waarborgen.
Preventie en communicatie
De beste manier om met ziekte om te gaan, is door preventie en heldere communicatie. Zowel vraagouders als gastouders moeten afspraken maken over hoe te handelen bij ziekte van het kind of de gastouder. Deze afspraken moeten worden vastgelegd in een opvangcontract. Denk hierbij aan: * De procedure bij ziekte van het kind (wanneer blijft het thuis, wie betaalt?). * De procedure bij ziekte van de gastouder (wordt het loon doorbetaald, hoe wordt noodopvang geregeld?). * Afspraken over het toedienen van medicijnen. * De bereikbaarheid van de ouders tijdens werktijd.
Regelmatig overleg zorgt voor een goede relatie en voorkomt conflicten. Voor gastouders is het belangrijk om hun kwetsbaarheid als ondernemer te erkennen en maatregelen te nemen voor financiële zekerheid. Voor vraagouders is het belangrijk om zich bewust te zijn van hun financiële verantwoordelijkheden en de impact van ziekte op de opvang.
Conclusie
Ziekte in de gastouderopvang is een complex onderwerp dat zowel juridische, financiële als praktische aspecten raakt. De kern van de zaak is dat vraagouders het loon van de gastouder zes weken doorbetalen bij ziekte, terwijl gastouders na deze periode zonder inkomen komen te zitten en een eigen vangnet moeten hebben. Protocollen rondom ziekte van het kind en het toedienen van medicijnen vereisen duidelijke afspraken en beperken zich tot niet-risicovolle handelingen door de gastouder. Hoewel gastouders over het algemeen minder vaak ziek zijn, blijft het een risico dat vraagt om voorbereiding. Door goede communicatie, het vastleggen van afspraken en het inschakelen van bureaus voor noodopvang, kunnen de gevolgen van ziekte zoveel mogelijk worden beperkt. Een zorgvuldige afweging van belangen en verantwoordelijkheden zorgt voor een stabiele en veilige opvangomgeving voor het kind.