De impact van een rechterlijke uitspraak op speeltoestellen in de gastouderopvang

De Nederlandse gastouderopvang is een essentieel onderdeel van het kinderopvanglandschap, waarbij de veiligheid en het welzijn van kinderen voorop staan. Een recente ontwikkeling heeft echter geleid tot aanzienlijke onzekerheid en discussie binnen deze sector. Een rechterlijke uitspraak heeft bepaald dat speeltoestellen in de tuin van een gastouder onder de Wet Attracties en Speeltoestellen (WAS) vallen. Dit betekent dat deze toestellen, die voorheen vaak als privé-eigendom werden beschouwd, nu moeten voldoen aan strikte veiligheidsnormen die normaliter gelden voor openbare speeltuinen. Deze uitspraak, gedaan door de rechtbank Rotterdam, is het gevolg van een zaak die werd aangespannen door de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) na een incident in 2021. De NVWA had geconstateerd dat een trampoline en een speelhuisje in de tuin van een gastouder geen certificaat van goedkeuring hadden en daarmee niet voldeden aan de WAS, wat leidde tot een bestuurlijke boete en het buiten gebruik stellen van de toestellen.

De kern van het geschil draaide om de vraag of de opvang door een gastouder al dan niet als 'bedrijfsmatig' moet worden beschouwd. De rechtbank oordeelde dat dit het geval is. Gastouders vangen kinderen op in een professionele context, waardoor de speeltoestellen op hun locatie niet langer uitsluitend in de privésfeer worden gebruikt, maar onder de noemer 'publiek gebruik' vallen. Dit vonnis heeft verstrekkende gevolgen voor de gehele branche. Organisaties zoals NYSA (belangenvereniging voor gastouders) en de Branchevereniging Kinderopvang (BK) hebben direct actie ondernomen. Zij pleiten voor een uitzondering voor de gastouderopvang, aangezien de toepassing van de WAS op deze schaal een onevenredige last zou vormen en het spelplezier van kinderen mogelijk beperkt. Momenteel lopen er overleggen met het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW), GGD-GHOR en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) om tot een dergelijke uitzondering te komen. Ondanks de juridische uitspraak, geven toezichthouders vooralsnog aan dat er in de praktijk geen directe veranderingen in het beleid worden doorgevoerd. Handhaving vindt voorlopig niet plaats op basis van dit vonnis, en de GGD verwacht niet dat gastouders per direct hun toestellen moeten laten keuren. De situatie blijft echter onzeker totdat er duidelijkheid komt vanuit de wetgever of de betrokken instanties.

De juridische basis: de Wet Attracties en Speeltoestellen (WAS)

De Wet Attracties en Speeltoestellen (WAS) is primair ontworpen om de veiligheid te waarborgen op openbare plekken, zoals speeltuinen, pretparken en andere attracties. De wet schrijft voor dat speeltoestellen moeten voldoen aan specifieke veiligheidsnormen met betrekking tot constructie, ontwerp en onderhoud. Een essentieel onderdeel van deze wetgeving is de vereiste van een certificaat van goedkeuring, dat aantoont dat een toestel aan de normen voldoet. Tot voor kort was de algemene veronderstelling dat de WAS niet van toepassing was op de privésfeer, zoals de tuin van een woning waar een gastouder opvang verzorgt. De rechterlijke uitspraak doorbreekt deze veronderstelling door te benadrukken dat de context van de opvang doorslaggevend is.

De uitspraak is gebaseerd op het criterium van 'publiek gebruik'. De rechtbank stelde vast dat de speeltoestellen in de gastouderopvang niet uitsluitend worden gebruikt in de particuliere sfeer. Omdat gastouders bedrijfsmatig kinderen opvangen, worden de toestellen gebruikt door een wisselende groep kinderen onder professioneel toezicht. Hierdoor verliest de tuin het karakter van een volledig privé-omgeving en kwalificeert deze zich als een semi-publieke ruimte waar de WAS van kracht is. Dit oordeel werd ondersteund door een incident in 2021, waarbij de NVWA inspecteerde en boetes oplegde voor niet-gekeurde toestellen. Hoewel de betrokken partijen, waaronder NYSA, GGD en VNG, aanvankelijk het standpunt hielden dat de WAS niet van toepassing was, heeft de rechter een definitieve richting gegeven. De juridische implicaties zijn helder: gastouders zijn nu in principe verplicht om hun speeltoestellen te laten keuren en te onderhouden volgens de WAS-normen, op straffe van boetes en het buiten gebruik stellen van de toestellen. De discussie spitst zich nu toe op de vraag of deze strikte toepassing recht doet aan de aard van de gastouderopvang, die zich onderscheidt van grootschalige kinderdagverblijven.

De rol van risicoinventarisatie en -beheersing

Los van de juridische discussie over de WAS, benadrukken de beschikbare bronnen het fundamentele belang van een zorgvuldige risicoinventarisatie en -beheersing (RI&E) in de gastouderopvang. De komst van de rechterlijke uitspraak verscherpt de aandacht voor dit aspect, maar de plicht tot een actuele RI&E bestaat onafhankelijk van de WAS. Gastouders zijn wettelijk verplicht om een RI&E op te stellen die specifiek is toegespitst op hun opvanglocatie. Dit houdt in dat alle potentieel gevaarlijke situaties in en rondom het huis moeten worden geïdentificeerd, zoals een vijver, een drukke weg of, inderdaad, een trampoline.

De toezichthouder, de GGD, beoordeelt tijdens een onderzoek of deze inventarisatie volledig en actueel is. Het gaat hierbij niet alleen om het signaleren van risico's, maar ook om het opstellen van een concreet plan van aanpak. In dit plan moeten maatregelen worden beschreven die de risico's minimaliseren. Cruciaal is dat deze maatregelen daadwerkelijk worden uitgevoerd. De verantwoordelijkheid hiervoor is helder verdeeld. De gastouder is verantwoordelijk voor de dagelijkse uitvoering van het veiligheids- en gezondheidsbeleid en het naleven van de maatregelen uit het plan van aanpak. Het gastouderbureau, op haar beurt, is verantwoordelijk voor het jaarlijks opstellen van de RI&E en het plan van aanpak, in samenwerking met de gastouder, tijdens een huisbezoek.

Een gebrek aan een adequate RI&E of het niet uitvoeren van de afgesproken maatregelen kan leiden tot overtredingen. Zo kan het ontbreken van belangrijke risico's in de inventarisatie worden gezien als een overtreding van het Besluit kwaliteit gastouderopvang. Het niet naleven van maatregelen uit het plan van aanpak valt onder een overtreding van de Regeling kwaliteit. De rechterlijke uitspraak over de WAS voegt een nieuwe dimensie toe aan deze RI&E. Gastouders moeten nu niet alleen kijken naar de directe omgevingsrisico's, maar ook naar de conformiteit van hun speeltoestellen met de WAS. Dit betekent dat in de RI&E moet worden vastgelegd of een toestel is gekeurd en welke onderhouds- en veiligheidsmaatregelen nodig zijn om te voldoen aan de wettelijke eisen. De discussie over de WAS maakt de noodzaak van een grondige en actuele RI&E des te dringender.

Veiligheid versus uitdaging: de filosofie achter de WAS

Een interessant perspectief dat in de bronnen naar voren komt, is de balans tussen veiligheid en de noodzakelijke uitdaging voor kinderen. De wetgeving rondom speeltoestellen wordt soms gezien als een belemmering voor het自由e spel, met de gedachte dat 'niets meer mag' en dat alle uitdaging verdwijnt. De Branchevereniging Spelen & Bewegen stelt echter dat dit een misvatting is. De wetgeving erkent dat risico inherent verbonden is aan spelen. Het doel is niet om alle risico's te elimineren, maar om deze beheersbaar en herkenbaar te maken voor de doelgroep.

De grens wordt getrokken bij onaanvaardbare risico's. Terwijl een gebroken been door de maatschappij vaak wordt geaccepteerd als een 'gevaar' van het spelen, worden blijvende letsels, zoals het verliezen van een oog of het verbrijzelen van een enkel, niet als aanvaardbaar beschouwd. Deze nuancering is belangrijk voor de interpretatie van de WAS in de context van de gastouderopvang. Het gaat erom dat speeltoestellen zo zijn ontworpen en onderhouden dat de inherent aanwezige risico's voor kinderen niet leiden tot catastrofale gevolgen. De WAS biedt hierbij een kader. De discussie die nu speelt, is of de volledige rigueur van de WAS voor openbare ruimten passend is voor de kleinschalige en persoonlijke setting van een gastouderopvang, waar kinderen onder begeleiding van een vaste professional spelen. De uitspraak van de rechter legt de nadruk op het formele veiligheidsaspect, terwijl de sector pleit voor een benadering die ruimte laat voor de specifieke context en de ontwikkelingsbehoeften van kinderen.

Praktische implicaties en toekomstperspectief

Voor gastouders heerst er op dit moment onduidelijkheid. De rechterlijke uitspraak is helder, maar de uitvoering in de praktijk is dat vooralsnog niet. De belangrijkste vraag voor gastouders is wat ze nu moeten doen. De huidige informatie suggereert dat er geen directe handhaving plaatsvindt op basis van het vonnis. De GGD en VNG hebben aangegeven dat de omgang met speeltoestellen in de gastouderopvang voorlopig niet wijzigt. Er wordt niet direct gehandhaafd bij de aanwezigheid van een niet-gecertificeerd toestel. Desondanks wordt gastouders wel geadviseerd om hun toestellen te controleren. De Kern van het advies is om na te gaan of het specifieke speeltoestel in kwestie onder de WAS valt. Dit is niet altijd eenvoudig, gezien de complexiteit van de wetgeving en de reikwijdtenotitie.

Een specifieke categorie speeltoestellen die in de discussie wordt genoemd, zijn de zogenaamde 'activity toys'. Dit zijn losse elementen van kunststof, zoals een glijbaantje of een speelhuisje. Deze toestellen zijn ontworpen voor de private speelomgeving. De bronnen suggereren dat voor dergelijke toestellen een 'CE-markering' op zichzelf niet voldoende is om te voldoen aan de WAS-eisen voor publiek gebruik. De implicatie is dat gastouders, ondanks dat ze mogelijk te maken hebben met activity toys, toch moeten onderzoeken of hun toestellen een certificaat van goedkeuring nodig hebben. De ontwikkelingen rond de WAS2023, die op 1 juli 2023 in werking is getreden, voegen extra verplichtingen toe, zoals de meldplicht voor ernstige ongevallen bij de NVWA. Hoewel deze vernieuwingen voor reguliere beheerders weinig verandering met zich meebrengen, onderstrepen ze de toenemende focus op veiligheid en verantwoordelijkheid in de bredere speelsector.

De toekomst van de gastouderopvang hangt af van de voortgang van de gesprekken tussen NYSA, BK, SZW, GGD-GHOR en VNG. Het streven is om een uitzonderingspositie voor gastouders te bewerkstelligen. Totdat er een dergelijke uitzondering is of totdat er een definitief beleid wordt vastgesteld door de toezichthouders, verkeert de sector in een staat van voorlopigheid. De GGD en VNG zullen naar verwachting een officieel nieuwsbericht publiceren zodra er meer duidelijkheid is. Tot die tijd is het voor gastouders zaak om alert te zijn, de ontwikkelingen te volgen en de eigen risicoinventarisatie serieus te nemen. Het is van cruciaal belang dat de veiligheid van kinderen te allen tijde is gewaarborgd, ongeacht de precieze juridische classificatie van de speeltoestellen.

Conclusie

De rechterlijke uitspraak over de toepassing van de Wet Attracties en Speeltoestellen (WAS) op speeltoestellen in de gastouderopvang markeert een significant keerpunt voor de sector. Het vonnis, uitgesproken door de rechtbank Rotterdam, benadrukt dat de bedrijfsmatige aard van de opvang ervoor zorgt dat de speeltoestellen onder 'publiek gebruik' vallen en derhalve moeten voldoen aan de strikte veiligheidsnormen van de WAS. Hoewel dit juridisch gezien een duidelijk standpunt is, roept het in de praktijk vragen op over de uitvoerbaarheid en de impact op het spelplezier en de kleinschaligheid van de gastouderopvang. Organisaties zoals NYSA en de Branchevereniging Kinderopvang pleiten dan ook voor een wettelijke uitzondering.

Op dit moment is de situatie echter dynamisch. De gesprekken hierover lopen nog, en toezichthouders zoals de GGD geven aan vooralsnog niet te handhaven op basis van dit vonnis. Dit biedt gastouders enige ademruimte, maar betekent niet dat het onderwerp kan worden genegeerd. De verplichting tot een actuele en zorgvuldige risicoinventarisatie en -beheersing (RI&E) blijft onverminderd van kracht. Gastouders dienen hun verantwoordelijkheid te nemen door proactief te controleren of hun speeltoestellen voldoen aan de veiligheidsnormen en door het opstellen en uitvoeren van een plan van aanpak. De komende periode zal duidelijk moeten maken of de WAS definitief wordt aangepast voor de gastouderopvang of dat de sector zich moet schikken naar de nieuwe realiteit van gekeurde speeltoestellen. In alle gevallen blijft het primaire doel onveranderd: een veilige en stimulerende omgeving bieden voor de kinderen.

Bronnen

  1. uitspraak-over-speeltoestellen-in-de-gastouderopvang
  2. van-vijver-tot-trampoline-toezichthouder-kijkt-scherper-naar-risicos-in-gastouderopvang/
  3. uitspraak-rechtbank-speeltoestellen-bij-gastouders-vallen-onder-het-was/
  4. update-speeltoestellen/

Gerelateerde berichten