Richtlijnen voor medische zorg en verantwoordelijkheden in de gastouderopvang

De gastouderopvang biedt een flexibele en persoonlijke vorm van kinderopvang, vaak gekozen door ouders die waarde hechten aan een stabiele omgeving voor hun kind. Een essentieel aspect van deze opvang is de afbakening van verantwoordelijkheden rondom gezondheid, ziekte en medische handelingen. Wanneer een kind ziek is of specifieke medische zorg nodig heeft, ontstaan er vragen over wie wat moet doen en wie hiervoor verantwoordelijk is. De keuze voor een gastouder betekent niet automatisch dat deze ook medische taken op zich neemt; integendeel, de wet- en regelgeving, zoals de Wet BIG (Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg), stellen strikte eisen aan het uitvoeren van medische handelingen. Dit artikel beschrijft de protocollen en richtlijnen die gelden binnen de gastouderopvang met betrekking tot ziekte, medicijngebruik en de verantwoordelijkheden van ouders, gastouders en gastouderbureaus.

Wanneer wordt een kind als ziek beschouwd?

Een van de eerste uitdagingen in de opvang is het bepalen of een kind ziek genoeg is om thuis te blijven of om opgehaald te worden. Gastouders hanteren hierover duidelijke criteria om de gezondheid van het kind, het gastoudergezin en andere opvangkinderen te waarborgen. De basisgedachte is dat er geen risico wordt genomen met de gezondheid.

Een kind wordt als ziek beschouwd en kan in de regel niet naar de gastouder gaan of dient te worden opgehaald wanneer: - De lichaamstemperatuur boven de 39 graden Celsius is. - Het kind 1-op-1 aandacht van de gastouder nodig heeft, waardoor de gangbare opvang van andere kinderen in het gedrang komt. - Er sprake is van een besmettelijke ziekte.

Er is echter een nuancering mogelijk wat betreft koorts. De mate waarin een kind zich ziek voelt, is zeer kindafhankelijk. Sommige kinderen voelen zich al niet lekker bij een temperatuur van 38 graden, terwijl anderen bij 39 graden nog actief kunnen spelen. Ook het voorkomen van verhoging verschilt per kind. Desondanks geldt bij twijfel altijd dat de gastouder contact opneemt met de ouders. Indien het kind tijdens de opvang duidelijk merkbaar ziek wordt, neemt de gastouder direct contact op met de ouders om te overleggen of het kind medische hulp nodig heeft (zoals een bezoek aan de huisarts) of dat het te ziek is om bij de gastouder te blijven. De gastouder kan ook besluiten contact op te nemen met de huisarts van het kind bij twijfel over het ziektebeeld of de symptomen.

Protocollen rondom besmettelijke ziekten

Voorkomen van besmetting is een prioriteit in de gastouderopvang. Kinderen met een besmettelijke ziekte worden niet toegelaten tot het gastoudergezin totdat het risico op overdracht is geweken. De volgende aandoeningen vallen onder deze categorie: - Waterpokken: kinderen mogen pas weer komen als de blaasjes volledig zijn ingedroogd. Besmetting vindt plaats vóór het ontstaan van de blaasjes en door het vocht uit de blaasjes. Omdat kinderen zich vaak niet bewust zijn van dit besmettingsgevaar, is de maatregel noodzakelijk. - Krentenbaard (kinderzeer): tenzij de plekken goed afgedekt kunnen worden met steriel gaas en kleding. - Hoofdluis: tot de hoofdluis geheel verdwenen is. Indien een broertje of zusje hoofdluis heeft, worden ouders geacht de gastouder hiervan op de hoogte te brengen. - Ernstige diarree en veelvuldig braken. - Overige besmettelijke ziekten zoals Bof, Kinkhoest, Mazelen, Rode hond, Roodvonk, RS-virus, Hersenvliesontsteking, Geelzucht en andere ziekten die risico’s opleveren voor anderen.

Om besmetting binnen het gastoudergezin te voorkomen, worden naast het weren van zieke kinderen ook hygiënemaatregelen in acht genomen, zoals deze zijn doorgenomen tijdens de Risico Inventarisatie.

Verantwoordelijkheden bij medicijngebruik

Medicijngebruik in de opvang vereist een zorgvuldige afstemming tussen ouders en gastouder. De verantwoordelijkheid voor het medicijngebruik ligt te allen tijde bij de ouders. Gastouders zijn over het algemeen niet bevoegd om medicijnen toe te dienen zonder expliciete toestemming en naleving van strikte voorwaarden.

Algemene voorwaarden voor medicijngebruik

Wanneer een kind medicijnen op doktersrecept nodig heeft, gelden de volgende eisen: - Het medicijn moet op naam van het kind staan. - Het medicijn moet compleet met doosje en bijsluiter aan de gastouder worden afgeleverd. - De datum en toedienfrequentie worden gecontroleerd.

Gastouders mogen, na ondertekening van een medicatieformulier, slechts een beperkte lijst van medicijnen toedienen. Deze medicijnen moeten altijd zijn voorgeschreven door een arts. De toegestane medicijnen zijn: - Neus-, oog-, en oordruppels. - Antibiotica en penicilline. - Oogpleisters. - Hoestdrankjes. - Pufapparaten (in de context van ademhalingsmedicatie).

Bij het gebruik van antibiotica wordt vaak de voorwaarde gesteld dat het kind pas gebracht wordt wanneer het recept al meer dan 24 uur wordt gebruikt. Dit om de eerste, onvoorspelbare reactie op het medicijn thuis te kunnen opvangen.

Paracetamol mag door gastouders in principe niet worden toegediend, tenzij dit uitdrukkelijk door een arts is voorgeschreven. Ook homeopathische middelen en andere zelfhulpmedicatie vereisen het invullen van een medicatieformulier.

Het medicatieformulier en de eerste toediening

Voordat een gastouder medicijnen mag toedienen, moeten ouders een medicatieformulier ondertekenen. Hierin geven ouders aan dat de gastouder toestemming heeft het specifieke medicijn toe te dienen. Vanwege het risico op allergische reacties is het een vaste regel dat de eerste toediening van een nieuw medicijn altijd thuis door de ouders/verzorgers moet geschieden. Op deze manier kan een eventuele acute allergische reactie direct worden opgemerkt en behandeld.

Medische handelingen en de Wet BIG

Het uitvoeren van medische handelingen is in Nederland gereguleerd door de Wet BIG. Deze wet beschermt de veiligheid van de patiënt door vast te stellen wie welke handelingen mag uitvoeren. In de gastouderopvang betekent dit een duidelijke scheiding van taken.

Voorbehouden handelingen

Medische handelingen mogen alleen worden verricht als men hiervoor een opleiding heeft gevolgd of toestemming heeft van een arts die ervan overtuigd is dat de persoon de handeling kan uitvoeren. Deze handelingen worden "voorbehouden handelingen" genoemd. Gastouders zijn in principe niet bevoegd om deze handelingen uit te voeren. Onder voorbehouden handelingen vallen bijvoorbeeld: - Injecties bij suikerziekte. - Het aanbrengen en verwijderen van klysma’s en sondes.

Voor kinderen met een medische indicatie (een ziekte die dreigend kan zijn voor het kind, andere kinderen, de gastouder of anderen) is een aanvullende overeenkomst Wet BIG vereist. Deze overeenkomst moet schriftelijk worden vastgelegd.

Uitzonderingen en aanvullende overeenkomsten

Wanneer een kind medische zorg nodig heeft die verder gaat dan het toedienen van simpele medicijnen, zijn er extra procedures nodig. De gastouder kan deze handelingen alleen uitvoeren als er een aanvullende overeenkomst is gesloten waarin de afspraken over de aanvullende zorg, financiering en aansprakelijkheden zijn geregeld. Uit deze overeenkomst moet expliciet blijken: 1. Voor welke medische handelingen de ouders toestemming hebben verleend. 2. Een "autorisatieformulier" waaruit de toestemming van een arts en de bekwaamheid en bereidheid van de gastouder blijken.

De gastouder ontvangt dan aanwijzingen van de arts over: - De wijze waarop de handeling moet worden uitgevoerd. - Algemene aandachtspunten ter observatie na het uitvoeren van de handeling. - Instructies voor het handelen bij bepaalde verschijnselen. - De mate van extra toezicht en tussenkomst van de arts.

De gastouderbureaus bepalen uiteindelijk of opvang bij een gastouder praktisch uitvoerbaar is en of er aanvullende afspraken nodig zijn. Mocht er onverhoopt toch een medische handeling uitgevoerd moeten worden die onder de Wet BIG valt, en is dit niet vooraf geregeld, dan beslist de directie van het gastouderbureau per geval of aan het verzoek gehoor kan worden gegeven. De directie moet altijd vooraf geïnformeerd worden over te verrichten medische handelingen en ziekte van het op te vangen kind.

Noodsituaties

Er is een wettelijk onderscheid tussen reguliere zorg en noodsituaties. De Wet BIG is van toepassing op medische handelingen die beroepsmatig worden verricht. In noodsituaties geldt echter dat iedereen geacht wordt naar zijn of haar beste vermogen te handelen. Als iemand getuige is van een ongeluk of ziet dat iemand stikt, moet er medische hulp worden verleend. In een dergelijke situatie kan het verrichten van voorbehouden handelingen, zelfs als dit in strijd met de wet is, noodzakelijk zijn. Hier is dan sprake van overmacht en levert de hulpverlening geen strafbaar feit op. De gastouder moet in een noodsituatie doen wat zij kan om het kind te helpen.

De rol van het gastouderbureau

Het gastouderbureau fungeert als een centrale instantie die toeziet op de naleving van protocollen. Zij zijn verantwoordelijk voor het informeren van ouders en gastouders over de regels. Een gastouderburo zal bijvoorbeeld erg terughoudend omgaan met het uitvoeren van risicovolle medische handelingen. Zij adviseren gastouders het toedienen van medicijnen te weigeren als het vereiste medicatieformulier niet is getekend. Daarnaast beoordeelt het bureau of de opvang van een kind met een medische indicatie wel verantwoord is binnen de specifieke situatie van de gastouder.

Conclusie

De gastouderopvang kent een duidelijk kader voor de omgang met ziekte en medische zorg. De kern van dit kader is dat de gastouder primair zorgt voor een veilige opvangomgeving, maar niet de rol van verpleegkundige of arts overneemt. Ouders blijven ten allen tijde verantwoordelijk voor de gezondheid van hun kind en voor het aanleveren van juiste informatie en medicatie. Medische handelingen die onder de Wet BIG vallen, vereisen specifieke afspraken, schriftelijke toestemming en vaak bemiddeling van het gastouderbureau. Door het strikt naleven van deze protocollen rondom koorts, besmettelijke ziekten, medicatie en voorbehouden handelingen, wordt de gezondheid van het kind, het gastoudergezin en andere kinderen in de opvang zoveel mogelijk gegarandeerd.

Bronnen

  1. Protocol ziekte en medicijnen gastouderopvang
  2. Wat te doen als gastouder ziek is?

Gerelateerde berichten