Wanneer een gastouder ziek wordt, ontstaat er onmiddellijk een situatie die zowel de financiële stabiliteit van de gastouder als de continuïteit van de kinderopvang voor de vraagouders raakt. De beschikbaarheid van opvang is vaak een cruciale factor voor werkende ouders, en de impact van ziekte kan aanzienlijk zijn. De bronnen bieden inzicht in de juridische en praktische kaders die rondom ziekte van een gastouder spelen. Hoewel de informatie in de bronnen niet volledig consistent is over alle aspecten—met name wat betreft de loondoorbetalingsverplichting voor vraagouders—worden er duidelijke richtlijnen gegeven voor de opvang van het kind en de afhandeling van uren. Het is van belang om te benadrukken dat de situatie voor gastouders verschilt van die voor werknemers in loondienst; zij zijn vaak zelfstandig ondernemers en dragen een groter financieel risico bij ziekte.
In dit artikel worden de verschillende facetten van ziekte bij gastouderopvang uiteengezet, gebaseerd op de beschikbare gegevens. We bespreken de financiële verantwoordelijkheden, de praktische afhandeling van opvanguren, de risico’s voor de gastouder en de maatregelen die genomen kunnen worden om de opvang zo soepel mogelijk te laten verlopen. Ook de ziekte van het kind zelf komt aan bod, aangezien dit een directe invloed heeft op de gastouder en de opvangdynamiek.
Juridisch en financieel kader voor gastouders
Gastouders werken doorgaans als zelfstandig ondernemers. Dit heeft verstrekkende gevolgen voor hun rechten en plichten bij ziekte. In tegenstelling tot werknemers in loondienst hebben gastouders in de regel geen recht op doorbetaling van hun volledige vergoeding tijdens ziekte. De bronnen geven hier verschillende perspectieven op, wat de noodzaak onderstreept van duidelijke afspraken tussen vraagouder en gastouder.
Recht op loondoorbetaling
Een van de bronnen stelt dat gastouders die werken volgens de Regeling dienstverlening aan huis recht hebben op maximaal zes weken loondoorbetaling bij ziekte, waarbij 70% van de normale vergoeding of het wettelijk minimumloon wordt uitbetaald. Dit suggereert een zekere mate van financiële bescherming. Echter, andere bronnen, waaronder die welke de gastouder als zelfstandig ondernemer beschouwen, stellen dat gastouders geen recht hebben op loondoorbetaling. Hier wordt benadrukt dat inkomsten direct wegvallen bij ziekte, of dit nu om korte of langere duur gaat. De inconsistentie in deze informatie dient te worden opgemerkt; het is raadzaam voor gastouders om hun specifieke contractuele regelingen en de toepasselijkheid van de Regeling dienstverlening aan huis te verifiëren.
Financiële gevolgen en vangnetten
Voor gastouders die geen recht hebben op doorbetaling, betekent ziekte direct inkomstenverlies. Dit kan leiden tot financiële zorgen, vooral bij langdurige ziekte. Om dit op te vangen, worden er verschillende mogelijkheden genoemd: * Arbeidsongeschiktheidsverzekering (AOV): Een verzekering die inkomsten bij arbeidsongeschiktheid veiligstelt. Er bestaan diverse soorten en dekkingen. * Vrijwillige ziektewet- en/of WIA-verzekering: Opties om zich aanvullend te verzekeren. * Broodfonds: Een collectieve vorm van verzekering waarbij een groep ondernemers elkaar financieel steunt bij ziekte. * Zelf opvangen: Het zelf reserveren van een financiële buffer.
De noodzaak van een eigen vangnet wordt door meerdere bronnen onderstreept, aangezien gastouders niet automatisch terugvallen op de ziektewet zoals werknemers in loondienst.
Verantwoordelijkheden van de vraagouder bij ziekte van de gastouder
Vraagouders hebben een belangrijk belang bij de continuïteit van de opvang. Wanneer de gastouder ziek wordt, ontstaat er een situatie die om een oplossing vraagt. De financiële verantwoordelijkheid van de vraagouder is echter niet eenduidig geregeld in de bronnen.
Doorbetaling van het loon
Een bron stelt dat vraagouders verplicht zijn het loon van de gastouder door te betalen bij ziekte, namelijk zes weken lang ten minste 70% van het loon. Dit zou betekenen dat de vraagouder het financiële risico van de ziekte van de gastouder draagt. Een andere bron, die de gastouder als zelfstandige beschouwt, noemt dat de uren bij ziekte van de gastouder niet worden doorberekend. Hier wordt het argument gebruikt dat de gastouder niet beschikbaar is en derhalve geen vergoeding kan claimen. Deze tegengestelde informatie maakt het cruciaal dat vraagouders en gastouders vooraf duidelijke afspraken vastleggen in een overeenkomst over de afhandeling van betalingen bij ziekte.
Praktische gevolgen voor de opvang
Naast de financiële kant staat de vraagouder voor de praktische uitdaging van het organiseren van opvang. De bronnen geven aan dat er in geval van ziekte van de gastouder gekeken kan worden naar vervanging. Gastouderbureaus kunnen proberen een alternatieve opvang te regelen, bijvoorbeeld door te zoeken naar een andere ouder in de buurt met een plekje vrij. Sommige vraagouders hebben zelf een noodadres achter de hand. Wanneer vervanging niet lukt of niet gewenst is, moet de vraagouder zelf voor opvang zorgen. Dit kan betekenen dat men gebruikmaakt van calamiteitenverlof of ander kort verzuimverlof op de eerste ziektedag.
Praktische afhandeling van ziekte in de opvang
Naast de ziekte van de gastouder is ook de ziekte van het kind zelf een belangrijk aspect. De opvang van een ziek kind is in de regel niet mogelijk, zowel vanuit hygiënisch oogpunt als vanwege de behoefte aan rust en herstel voor het kind.
Wanneer is een kind ziek?
Gastouderopvangen hanteren protocol bij ziekte. Een kind dat ziek is, kan niet naar de gastouder. De bronnen geven aan dat zieke kinderen het gastoudergezin niet mogen bezoeken. De gastouder moet in staat zijn om de zorg voor het kind te bieden; wanneer het kind te ziek is of medische hulp nodig heeft (zoals een huisarts), dient de gastouder direct contact op te nemen met de ouders. Bij twijfel over de gezondheidstoestand van het kind wordt geadviseerd altijd contact op te nemen.
Doorbetaling van uren bij een ziek kind
Wanneer een kind ziek wordt en niet naar de opvang komt, is er vaak sprake van een doorbetalingsverplichting voor de vraagouder. De redenatie hierachter is dat de gastouder de gereserveerde opvanguren vrij heeft gehouden en deze niet kan opvullen met een ander kind. Omdat de gastouder (vaak) niet in loondienst is en de afgenomen en gereserveerde uren haar inkomen vormen, worden de gereserveerde uren doorbetaald. Dit principe van doorbetaling bij ziekte van het kind wordt in meerdere bronnen genoemd. Een uitzondering lijkt te bestaan wanneer het kind bijvoorbeeld door oma wordt opgehaald; in dat geval worden soms wel kosten in rekening gebracht, maar dit hangt af van de specifieke afspraken.
Medicijngebruik en medische handelingen
Wanneer een kind ziek is en medicijnen nodig heeft, is het protocol vaak dat medicijnen zoveel mogelijk thuis worden gegeven. Indien nodig kan de gastouder medicijnen toedienen, mits dit voorafgaand aan de opvang of bij het ontstaan van de ziekte is besproken en vastgelegd. Gastouderbureaus gaan terughoudend om met risicovolle medische handelingen, zoals injecties of het aanbrengen van sondes. Deze handelingen zijn voorbehouden aan artsen of deskundigen en dienen door de ouders zelf te worden uitgevoerd of via afspraken met thuiszorg te worden geregeld.
Maatregelen en oplossingen bij ziekte
Om de gevolgen van ziekte zoveel mogelijk te beperken, zijn er verschillende maatregelen die genomen kunnen worden, zowel door de gastouder als door de vraagouder.
Vervanging en noodopvang
Bij ziekte van de gastouder is vervanging een eerste aandachtspunt. Gastouderbureaus spelen hierin een rol door te proberen een alternatieve gastouder te regelen. Dit kan echter wennen zijn voor het kind. Vraagouders kunnen ook zelf een noodadres regelen. Tijdens corona-maatregelen werden dagen dat men in quarantaine moest onder ziekte gerekend. Ook kan de vraagouder, wanneer het kind ziek is, gebruikmaken van specifiek verlof, zoals calamiteitenverlof.
Preventie en hygiëne
Hoewel de bronnen niet specifiek ingaan op preventieve maatregelen tegen ziekteverspreiding onder gastouders, is het logisch dat hygiëne en het volgen van richtlijnen van het RIVM belangrijk zijn. Wanneer een ouder of kind ziek is door corona, wordt geadviseerd het kind ook thuis te laten om besmetting op de groep te voorkomen. Ook het zelf niet kunnen brengen/halen vanwege ziekte van de ouder is een situatie die kan voorkomen; overleg met de gastouder is hier essentieel. Soms kan de gastouder het kind ophalen of brengen met een bakfiets of kiddybus.
Contractuele afspraken
De inconsistenties in de bronnen over loondoorbetaling benadrukken het belang van contractuele afspraken. Een goede overeenkomst tussen vraagouder en gastouder (al dan niet via een bureau) moet duidelijkheid geven over: * De betaling bij ziekte van de gastouder. * De betaling bij ziekte van het kind. * De procedure voor ziekmelding. * De mogelijkheden voor vervanging. * De regeling rondom medicijngebruik.
Zonder deze afspraken kunnen er conflicten ontstaan over financiën en verantwoordelijkheden.
Conclusie
Ziekte van een gastouder of het kind brengt aanzienlijke uitdagingen met zich mee voor zowel de gastouder als de vraagouder. De financiële impact is voor gastouders vaak groot omdat zij als zelfstandig ondernemer geen automatisch recht hebben op loondoorbetaling. Hoewel er bronnen zijn die suggereren dat er een wettelijke regeling bestaat voor loondoorbetaling door vraagouders, is deze informatie niet eenduidig. Het is derhalve van cruciaal dat partijen vooraf duidelijke en schriftelijke afspraken maken over de financiële afwikkeling bij ziekte.
Praktisch gezien leidt ziekte tot de noodzaak van vervanging of het opvangen van de opvang door de vraagouder via verlofregelingen. De zorg voor een ziek kind kan niet door de gastouder worden verleend, en de doorbetaling van uren bij ziekte van het kind is een gebruikelijke praktijk om de inkomsten van de gastouder te waarborgen. Tot slot is het van belang dat medische handelingen zorgvuldig worden afgesproken, waarbij risicovolle handelingen buiten de taken van de gastouder vallen. Door het treffen van goede voorzieningen, zoals een arbeidsongeschiktheidsverzekering of een broodfonds, kunnen gastouders het financiële risico van ziekte mitigeren.