De kinderopvangtoeslag is een belangrijk instrument om betaalbare kinderopvang mogelijk te maken en ouders te ondersteunen bij het combineren van werk en gezinsleven. Een essentieel onderdeel van het stelsel is de arbeidseis, die bepaalt of ouders in aanmerking komen voor deze toeslag. Deze eis is in de loop der jaren onderwerp van discussie en herziening, mede door zorgen over misbruik en de toegankelijkheid van kinderopvang voor alle kinderen. Dit artikel geeft een overzicht van de achtergrond van de arbeidseis, de gevolgen voor ouders en de uitvoering, en mogelijke alternatieven, gebaseerd op beschikbare informatie.
De Totstandkoming van de Arbeidseis
De huidige arbeidseis is voortgekomen uit een poging om misbruik van de kinderopvangtoeslag te voorkomen. In 2009 constateerde de Sociale Inlichtingen- en Opsporingsdienst (SIOD) dat de gastouderopvang kwetsbaar was voor oneigenlijk gebruik, doordat er geen vaste werkuren werden gehanteerd en de overheid betaalde voor opvang waarvoor ouders geen kosten hadden gemaakt. De Wet kinderopvang (Wko) maakte dit mogelijk. Om dit te adresseren, werd in 2011 een urencriterium ingevoerd, dat het recht op kinderopvangtoeslag koppelde aan het aantal gewerkte uren. Dit ondanks een negatieve uitvoeringstoets die tweeënhalf jaar eerder een dergelijke maatregel afraden.
In de jaren daarna is het stelsel verder geëvolueerd. Recentelijk heeft het kabinet Rutte IV de koppeling met het aantal gewerkte uren losgelaten, als onderdeel van een voorgenomen hervorming van de kinderopvangtoeslag. Wat overbleef, is de huidige arbeidseis, die in de praktijk inhoudt dat een ouder slechts één uur per drie maanden hoeft te werken om aan de eis te voldoen.
De Huidige Arbeidseis en de Vereisten
Volgens de huidige regeling voldoet een ouder aan de arbeidseis als deze betaald werk verricht, waarbij inkomen uit werk en woning wordt genoten in de zin van de wet Inkomstenbelasting 2001. Dit geldt zowel voor werknemers in loondienst als voor zelfstandigen zonder personeel. Ook de partner van de ouder moet in principe betaald werk verrichten, ook als deze niet in Nederland verblijft. Meewerken in de onderneming van de partner, zonder vergoeding, wordt ook als werk beschouwd.
De arbeidseis is vastgelegd in artikel 1.6 van de Wet kinderopvang (Wko). Het doel van de toeslag is het stimuleren van de arbeidsparticipatie door betaalde kinderopvang mogelijk te maken.
Gevolgen voor Ouders en de Uitvoering
De huidige arbeidseis heeft verschillende gevolgen voor ouders en de uitvoering van het stelsel. Een belangrijk punt is dat kinderen van niet-werkende ouders geen toegang hebben tot de kinderopvangtoeslag, terwijl zij juist het meeste baat zouden hebben bij kinderopvang. Onderzoek toont aan dat kinderen van ouders met een relatief laag inkomen de grootste positieve effecten ondervinden van kinderopvang, zoals cognitieve en sociaal-emotionele ontwikkeling. Door de arbeidseis worden deze kinderen benadeeld.
De redenering achter het invoeren van het urencriterium is inmiddels achterhaald. De zorgen over misbruik in de gastouderopvang zijn aanzienlijk verminderd. Bovendien is de opvatting dat het verstrekken van een kinderopvangtoeslag aan niet-werkende ouders slechts een overheidssubsidie voor vrijetijdsbesteding is, niet langer houdbaar, gezien het belang van kinderopvang voor de ontwikkeling van het kind.
De huidige regeling kan ook leiden tot problemen bij de uitvoering en staat vervolgstappen om hoge terugvorderingen te voorkomen in de weg.
Mogelijke Alternatieven voor de Arbeidseis
Er zijn verschillende alternatieven voor de huidige arbeidseis die zijn overwogen en besproken.
- Arbeidseis verzwaren: Het verzwaren van de arbeidseis zou werkende ouders prioriteit geven bij de verdeling van de beperkt beschikbare kinderopvang. Dit zou aansluiten bij het oorspronkelijke doel van de kinderopvangtoeslag, namelijk het stimuleren van arbeidsparticipatie. Echter, dit zou minder goed aansluiten bij het belang van het kind.
- Minder toetsen: Een andere optie is om minder streng te toetsen op de arbeidseis. Dit zou de toegankelijkheid van kinderopvang voor niet-werkende ouders vergroten.
- Afschaffen van de arbeidseis: De meest radicale optie is het volledig afschaffen van de arbeidseis. Dit zou de kinderopvangtoeslag toegankelijk maken voor alle kinderen, ongeacht de arbeidsstatus van hun ouders. Verschillende belangenorganisaties voor werknemers, ouders en werkgevers pleiten voor het afschaffen van de arbeidseis, en stellen voor om dit stapsgewijs te doen, bijvoorbeeld door te beginnen met twee dagen per week voor alle kinderen.
Het loslaten van de arbeidseis kan ook een positief effect hebben op de arbeidsparticipatie van ouders die nu niet werken, omdat het hen in staat stelt om kinderopvang te gebruiken om werk te zoeken of te beginnen met een opleiding.
Recente Ontwikkelingen en Debat
De discussie over de arbeidseis is recentelijk weer opgelaagd, mede door de val van het kabinet Rutte IV en de daarmee gepaard gaande onzekerheid over de hervorming van de kinderopvangtoeslag. Verschillende Kamerleden hebben zich uitgesproken over de noodzaak om de arbeidseis te herzien.
De maatschappelijke impactanalyse van het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) en het Centraal Planbureau (CPB) laat zien dat de arbeidseis kan leiden tot achterstand voor kinderen van niet-werkende ouders.
Conclusie
De arbeidseis in de kinderopvang is een complex onderwerp met verschillende belangen en overwegingen. De oorspronkelijke reden voor de invoering van de eis, namelijk het voorkomen van misbruik, is inmiddels grotendeels vervallen. De huidige regeling heeft negatieve gevolgen voor de toegankelijkheid van kinderopvang voor kinderen van niet-werkende ouders, terwijl deze kinderen juist het meeste baat zouden hebben bij kinderopvang. Verschillende alternatieven zijn mogelijk, waaronder het verzwaren van de arbeidseis, het minder streng toetsen op de eis, of het volledig afschaffen van de eis. Het is van belang dat het kabinet een plan en een tijdspad presenteert voor het herzien van de arbeidseis, om de toegankelijkheid en effectiviteit van de kinderopvangtoeslag te waarborgen.