In kinderopvanginstellingen speelt de buitenruimte een centrale rol in de ontwikkeling van jonge kinderen. Volgens diverse beleidsregels en praktijkvoorbeelden uit Nederland is het niet alleen wenselijk, maar ook verplicht om voldoende aandacht te besteden aan buitenspeelactiviteiten. Buiten te spelen biedt kinderen unieke kansen om fysiek te groeien, sociaal te leren omgaan en creatief te zijn. In dit artikel wordt ingegaan op de rol van de buitenruimte in kinderopvang, de eisen die daarbij gelden en hoe kinderopvanginstellingen deze ruimte gebruiken om kinderen te ondersteunen in hun groei.
De betekenis van buitenspeelruimte
Buitenspeelruimte is niet alleen een plek waar kinderen kunnen rennen en spelen, maar ook een omgeving die essentieel is voor hun lichamelijk en psychische ontwikkeling. In de buitenruimte kunnen kinderen zich vrij bewegen, leren lopen, klimmen, glijden en zelfstandig omgaan met hun omgeving. Bovendien draagt buitenactiviteiten bij aan het versterken van de motoriek, de coördinatie en de fysieke conditie van kinderen. In het kader van kinderopvang is het daarom belangrijk dat kinderen regelmatig de gelegenheid krijgen om in de buitenruimte te zijn.
Volgens de wet Kinderopvang en Kwaliteitseisen Peuterspeelzalen moet elke kinderopvanginstelling voldoende binnen- en buitenspeelruimte aanbieden. De ruimtelijke beleidsregels voor kinderopvang stellen dat er minstens 3 m² buitenspeelruimte beschikbaar moet zijn per aanwezig kind. Deze ruimte moet geschikt zijn voor kinderen van verschillende leeftijden en voorzien zijn van speelmogelijkheden die aansluiten bij de ontwikkeling van de kinderen.
Buitenruimte in de praktijk
In de praktijk zien we dat kinderopvanginstellingen zoals Kinderopvang Boer & Zus bewust kiezen voor een ruime, omheinde speelruimte waar kinderen kunnen spelen met natuurlijke materialen. De kinderen kunnen hier klimmen op heuvels, spelen in zandbakken, rollen door gras en stampen in plassen. Voor de allerkleinsten is een aparte speelzone ingericht waar zij op hun eigen tempo kunnen ontdekken en leren lopen. Deze aanpak stimuleert de fantasie van de kinderen en geeft hen de vrijheid om zich natuurlijk te ontwikkelen.
Daarnaast is het gebruik van natuurlijke materialen in de buitenruimte een belangrijk aspect van deze aanpak. Zo kunnen kinderen bloempjes plukken, groente verbouwen in een moestuintje of zelf aardbeien plukken. Deze activiteiten bevorderen niet alleen de motoriek, maar ook het contact met de natuur en het leren van eenvoudige landbouwactiviteiten. In deze context is het ook mogelijk om picknicken in het land of met gras in het hooiland te spelen. Deze ervaringen worden als rijk aan sensuele en sociaal- emotionele stuurders beschouwd.
Energie en beweging in de buitenruimte
Buiten te spelen biedt kinderen ook de kans om veel energie te verbranden. Volgens de beleidsregels moet de groepsruimte voor kinderopvang voldoen aan minimaal 3,5 m² bruto oppervlakte per kind. Deze ruimte is dan ook meestal goed ingericht voor spelactiviteiten. Buiten de groepsruimte is de buitenspeelruimte een uitbreiding van het speelveld. Deze ruimte moet voldoen aan de eisen die zijn gesteld in de wet Kinderopvang en Kwaliteitseisen Peuterspeelzalen.
In de buitenruimte is het mogelijk om te fietsen, glijden, klimmen of gewoon vrij rond te lopen. Deze activiteiten zijn essentieel voor de groei van jonge kinderen, omdat ze de spieren ontwikkelen, de coördinatie verbeteren en de lichaamshouding versterken. Daarnaast draagt beweging bij aan het ontwikkelen van de concentratie en de fysieke gezondheid.
Beleidskaders voor buitenspeelruimte
De ruimtelijke beleidsregels voor kinderopvang zijn opgesteld om ervoor te zorgen dat kinderopvanginstellingen voldoen aan bepaalde kwaliteitseisen. Deze regels zijn gebaseerd op de Wet Kinderopvang en Kwaliteitseisen Peuterspeelzalen. In deze wet wordt onderscheid gemaakt tussen verschillende vormen van kinderopvang, zoals dagopvang, buitenschoolse opvang (BSO), gastouderopvang en peuterspeelzalen. Elke vorm heeft zijn eigen eisen.
Voor grootschalige kinderopvanginstellingen geldt bijvoorbeeld dat deze vorm van opvang in principe niet past in een woonwijk. Dit komt doordat grootschalige kinderopvang kan leiden tot verkeers- en geluidsoverlast, die voor de belendende woningen problematisch kan zijn. In dat opzicht is het wenselijk dat kinderopvanginstellingen gevestigd zijn in voorzieningengebieden of scholen, waar ruimte beschikbaar is en waar de overlast beperkt kan blijven.
De rol van de buitenspeelruimte in buitenschoolse opvang
Buitenschoolse opvang (BSO) is een vorm van kinderopvang die gericht is op kinderen in de basisschoolleeftijd. Deze vorm van opvang wordt aangeboden vóór en na schooltijd, tijdens vakanties of bij schoolverlatingsdagen. Ook bij BSO is een buitenspeelruimte verplicht. De eisen voor deze ruimte zijn vergelijkbaar met die voor dagopvang. Er moet minstens 3 m² buitenspeelruimte beschikbaar zijn per kind, en er moeten voldoende speelmogelijkheden zijn voor de kinderen.
BSO kan georganiseerd worden in bestaande gebouwen zoals scholen, sportverenigingen of wijkgebouwen. In sommige gevallen is BSO ook ondergebracht in boerderijen of kerkgebouwen. De keuze voor de locatie hangt af van de beschikbaarheid van ruimte en de bereikbaarheid voor de ouders.
Gastouderopvang en buitenspeelruimte
In de gastouderopvang is het ook mogelijk om buitenspeelruimte aan te bieden. De eisen voor deze vorm van opvang zijn iets anders dan voor dagopvang. Een gastouder mag bijvoorbeeld maximaal 6 kinderen tegelijk opvangen, inclusief eigen kinderen. De buitenspeelruimte moet geschikt zijn voor kinderen van verschillende leeftijden en moet voldoende ruimte bieden voor activiteiten.
Gastouders mogen op verschillende locaties kinderen opvangen, bijvoorbeeld bij hun eigen woonadres of bij het woonadres van een vraagouder. In beide gevallen moet er voldoende speelruimte zijn voor de kinderen. De ruimte moet veilig zijn en afgestemd op de leeftijd van de kinderen. Dit betekent dat er bijvoorbeeld een zandbak, een glijbaan of een klimtoestel moet zijn, afhankelijk van de leeftijd van de kinderen.
Buitenruimte in de woonwijk
Het aanbieden van kinderopvang in de woonwijk is een belangrijk thema in de ruimtelijke beleidsregels. Grootschalige kinderopvang past in principe niet in de woonwijk, omdat de overlast naar aanleiding van verkeer en geluid te groot kan zijn. In woonwijken is het vaak ook niet mogelijk om ruimte vrij te maken voor grootschalige kinderopvanginstellingen, omdat er geen sloop nodig is en de woningen dicht op elkaar staan.
Voor middelgrote kinderopvanginstellingen is het echter wel mogelijk om in de woonwijk gevestigd te zijn. Deze vorm van opvang kan bijvoorbeeld georganiseerd worden in scholen, wijkgebouwen of verenigingsgebouwen. Door het gebruik van bestaande gebouwen kan de impact op de omgeving beperkt blijven. Buitenruimte is dan meestal beschikbaar in het tuin- of speelgebied van het gebouw.
De rol van de buitenspeelruimte in de ontwikkeling van kinderen
Buitenspeelruimte speelt een belangrijke rol in de ontwikkeling van jonge kinderen. In deze ruimte leren kinderen zich bewegen, leren ze hoe ze met anderen kunnen omgaan en leren ze creatief te zijn. Door te klimmen, glijden en rennen ontwikkelen kinderen hun motoriek en hun coördinatie. Door met andere kinderen te spelen leren ze samenwerken en leren ze hoe ze conflicten kunnen oplossen.
Buiten te spelen heeft ook een positief effect op de mentale gezondheid van kinderen. De natuurlijke omgeving draagt bij aan het ontwikkelen van een positieve bui en helpt bij het verminderen van stress. In een omgeving waar kinderen vrij kunnen spelen, leren ze ook om zichzelf te reguleren en te leren hoe ze met hun emoties omgaan.
Beleidsmaatregelen en aanbevelingen
In de ruimtelijke beleidsregels voor kinderopvang worden aanbevelingen gedaan om kinderopvang te faciliteren in scholen, wijkgebouwen en bedrijfsgebouwen. Deze aanbevelingen zijn bedoeld om ervoor te zorgen dat er voldoende ruimte is voor kinderopvanginstellingen en dat de overlast voor de omgeving beperkt blijft.
Een andere aanbeveling is om dubbelgebruik of ondergeschikt gebruik van sociaal-culturele centra of kerkgebouwen mogelijk te maken. Dit kan ervoor zorgen dat kinderopvanginstellingen beter kunnen worden geïntegreerd in de woonwijk en dat er voldoende ruimte beschikbaar is voor buitenspeelactiviteiten.
Conclusie
De buitenruimte speelt een essentiële rol in kinderopvang. Ze biedt kinderen de mogelijkheid om zich fysiek te ontwikkelen, sociaal te leren omgaan en creatief te zijn. Buitenspeelruimte is verplicht in kinderopvanginstellingen en moet voldoen aan bepaalde eisen, zoals minimaal 3 m² per kind. In de praktijk zien we dat kinderopvanginstellingen zoals Kinderopvang Boer & Zus bewust kiezen voor een ruime, omheinde speelruimte waar kinderen kunnen spelen met natuurlijke materialen. Deze aanpak stimuleert de fantasie van de kinderen en geeft hen de vrijheid om zich natuurlijk te ontwikkelen.
De ruimtelijke beleidsregels voor kinderopvang zijn opgesteld om ervoor te zorgen dat kinderopvanginstellingen voldoen aan bepaalde kwaliteitseisen. Deze regels zijn gebaseerd op de Wet Kinderopvang en Kwaliteitseisen Peuterspeelzalen. In deze wet wordt onderscheid gemaakt tussen verschillende vormen van kinderopvang, zoals dagopvang, buitenschoolse opvang, gastouderopvang en peuterspeelzalen. Elke vorm heeft haar eigen eisen.
In het kader van kinderopvang is het belangrijk dat ouders en opvangverantwoordelijken bewust kiezen voor een kinderopvanginstelling die voldoet aan de eisen en die aandacht besteedt aan de buitenruimte. Deze ruimte is essentieel voor de groei en ontwikkeling van jonge kinderen en draagt bij aan hun fysieke en mentale gezondheid.