Kinderopvang is een essentieel onderdeel van de maatschappij, vooral in de context van de combinatie van werk en zorg voor kinderen. In Nederland is het aanbod van kinderopvang niet alleen gericht op de zorg voor kinderen, maar ook op het faciliteren van een balans tussen werk en gezin. Echter, de ruimtelijke regelingen en beleidsrichtlijnen voor kinderopvang zijn niet eenduidig en kunnen sterk variëren per regio. Deze artikelen bieden een overzicht van de huidige situatie, richtlijnen en beleidsmaatregelen rondom kinderopvang en bestemmingsplannen, gebaseerd op de beschikbare informatie.
Kleinschalige, middelgrote en grootschalige kinderopvang
Een belangrijk onderscheid in de kinderopvangsector is gemaakt tussen kleinschalige, middelgrote en grootschalige opvangvormen. De schaal van de opvang heeft gevolgen voor de ruimtelijke regelingen, aangezien grootschalige opvang vaker aan planologische voorwaarden moet voldoen dan kleinschalige.
Kleinschalige kinderopvang
Kleinschalige kinderopvang omvat maximaal 6 kinderen (inclusief eigen kinderen) in gastouderopvang, en tot maximaal 8 kinderen bij buitenschoolse opvang (BSO) en kinderopvang (exclusief eigen kinderen). Deze vorm van opvang wordt vaak gezien als een beroep of bedrijf aan huis. Dit is verankerd in de beleidsnotitie "Beroep en bedrijf aan huis", die op 1 mei 2012 door het college is vastgesteld. Kleinschalige kinderopvang wordt in de praktijk vaak gevestigd in woningen, en de overheid stimuleert deze vorm van opvang, vooral in de wijkomgeving.
Middelgrote en grootschalige kinderopvang
Middelgrote kinderopvang omvat tussen 6 en 30 kinderen, terwijl grootschalige kinderopvang zich richt op meer dan 30 kinderen. Deze vormen van opvang zijn meestal gevestigd in specifieke voorzieningengebieden, zoals Kruisboog en Weteringhoek, waar kinderopvang als onderdeel van de ruimtelijke ordening is gepland. De vestiging van middel- en grootschalige kinderopvang in woonwijken wordt meestal niet gewenst gezien, aangezien de mogelijke overlast voor de omgeving — zoals geluidsoverlast, verkeersoverlast en gebrek aan rust — niet wenselijk is.
Bestemmingsplannen en ruimtelijke regelgeving
De vestiging van kinderopvang moet conform zijn aan de regels in het bestemmingsplan. Bestemmingsplannen zijn ruimtelijke ordeningen die bepalen welke activiteiten waar mogelijk zijn. Kinderopvang past in beginsel niet in de woonbestemming zoals die in de huidige bestemmingsplannen is geregeld. Dit geldt voor gastouderopvang, BSO en dagopvang. Ook op andere bestemmingen zoals bedrijventerreinen, centra of oude dorpen is kinderopvang niet direct geregeld, behalve in de bestaande voorzieningen.
Voor kleinschalige kinderopvang wordt vaak een ontheffingsproces doorlopen. Dit betekent dat de gemeente toestemming kan geven voor het uitoefenen van kinderopvang in een woning, mits aan bepaalde voorwaarden wordt voldaan. Deze voorwaarden kunnen bijvoorbeeld aandacht hebben voor de verkeerssituatie, geluidsoverlast of de invloed op de woonomgeving.
Beleidsregels en ruimtelijke ordening
In de praktijk is het beleid gericht op het faciliteren van kleinschalige kinderopvang in de wijk. Het college van bestuur heeft in maart 2009 besloten om kleinschalige kinderopvang, met name BSO, in de wijken te willen stimuleren. Een van de acties hiertoe is het opstellen van beleidsregels die kinderopvang en BSO door de gemeente kunnen worden gefaciliteerd. Deze regels vormen een ruimtelijk toetsingskader voor nieuwe aanvragen en bestemmingsplannen.
Het huidige ruimtelijke beleid sluit niet voldoende aan bij de wensen van het college, wat heeft geleid tot het ontwikkelen van een nieuw ruimtelijk beleidskader. Dit kader is bedoeld om kleinschalige kinderopvang in de wijk te faciliteren en om te zorgen voor een warme, veilige plek waar kinderen kunnen groeien en leren.
Dubbelgebruik en ondergeschiktheid
Een mogelijke oplossing voor het verhinderen van overlast in de woonomgeving is het toestaan van dubbelgebruik of ondergeschiktheid van bestaande gebouwen. Dit betekent dat kinderopvang kan worden uitgeoefend in scholen, wijkgebouwen of kerkgebouwen. Deze vorm van opvang kan de overlast beperken, omdat het gebruik van de opvang beperkt is tot bepaalde tijden en het gebruik van de woonfunctie van het gebouw niet wordt verstoord.
Nieuwe voorzieningengebieden
Nieuwe voorzieningengebieden zijn in ontwikkeling, zoals het gebied tussen Amsterdam-Rijnkanaal en Meerpaal. In deze gebieden kan middel- en grootschalige kinderopvang worden gevestigd, zolang er sprake is van een ruimtelijke ordening die dit mogelijk maakt. Voor de vestiging van nieuwe kinderopvangcentra kan een omgevingsvergunning worden aangevraagd, waarbij aandacht moet worden besteed aan de verkeerssituatie en andere milieuaspecten.
Wetgeving en kwaliteitseisen
De rijksoverheid stelt kwaliteitseisen voor kinderopvang via de Wet Kinderopvang en Kwaliteitseisen Peuterspeelzaalwerk. Deze wet bepaalt niet alleen de kwaliteit van de opvang, maar ook de kostenverdeling. Zowel dagopvang, buitenschoolse opvang, gastouderopvang en peuterspeelzaalwerk vallen onder deze wet.
Kleinschalige kinderopvang wordt in de praktijk vaak uitgeoefend in een woning. Voor deze vorm van opvang zijn er specifieke regels, zoals het toestaan van ontheffingen voor het gebruik van een deel van de woning voor kinderopvang. Deze regels zijn bedoeld om zowel de privacy van de woonomgeving te waarborgen als de veiligheid en kwaliteit van de opvang.
Uitdagingen en toekomstige ontwikkelingen
De uitdaging bij kinderopvang ligt in de balans tussen het aanbieden van voldoende opvangcapaciteit en het vermijden van overlast in de woonomgeving. De gemeente moet hierbij rekening houden met de wensen van ouders, maar ook met de wensen van de buurtbewoners. Dit vraagt om een zorgvuldige afweging van de gevolgen van de vestiging van kinderopvang in een wijk.
Een mogelijke ontwikkeling is het toestaan van grootschalige kinderopvang in scholen of wijkgebouwen, waarbij de opvang ondergeschikt is aan andere functies van het gebouw. Dit kan de overlast beperken en het gebruik van bestaande ruimte optimaliseren.
Conclusie
Kinderopvang speelt een belangrijke rol in de maatschappij, maar de ruimtelijke regelingen en beleidsrichtlijnen zijn complex en kunnen sterk variëren per regio. Kleinschalige kinderopvang wordt vaak gefaciliteerd in woningen, terwijl middel- en grootschalige opvang vaker gevestigd is in voorzieningengebieden. Het aanpassen van bestemmingsplannen en het toestaan van dubbelgebruik van gebouwen kunnen een oplossing bieden voor de uitdagingen rondom overlast en ruimtegebrek. De wetgeving en kwaliteitseisen vormen een kader voor de uitvoering van kinderopvang, en de gemeente heeft een actieve rol in het faciliteren en reguleren van deze sector.