De financiering en toegang tot kinderopvang zijn essentiële onderwerpen in het kader van de participatie van ouders in het arbeidsproces of reïntegratie. In Nederland zijn verschillende wettelijke en gemeentelijke regelingen opgesteld om te zorgen dat ouders die behoren tot bepaalde doelgroepen financiële ondersteuning krijgen voor de kosten van kinderopvang. Deze regelingen zijn doorgaans gericht op sociale of medische indicaties en moeten volgens een bepaalde administratieve procedure worden aangevraagd. In dit artikel wordt een overzicht gegeven van de doelgroepen, de financieringsmodaliteiten en de praktische procedure voor het aanvragen van kinderopvangsubsidies, op basis van de beschikbare informatie uit gemeentelijke regelingen.
Doelgroepen en financieringsregelingen
In de context van gemeentelijke kinderopvangregelingen zijn meerdere doelgroepen gedefinieerd die aanspraak kunnen maken op een tegemoetkoming in de kosten van kinderopvang. Deze doelgroepen zijn vaak gerelateerd aan sociale of medische omstandigheden en zijn vastgelegd in wettelijke bepalingen. De beschikbare informatie geeft een overzicht van de volgende doelgroepen:
- Ouders die een uitkering ontvangen in het kader van de WWB, IOAW/IOAZ of ANW en die gebruikmaken van een voorziening gericht op arbeidsinschakeling. Voor deze groep wordt een tegemoetkoming van 20,17% van de kinderopvangkosten verstrekt.
- Ouders die een uitkering ontvangen op grond van de WIK. Voor deze ouders geldt een tegemoetkoming van 16,7%.
- Ouders jonger dan 18 jaar die scholing of opleiding volgen en algemene bijstand ontvangen of kunnen ontvangen. Ook voor deze groep is een tegemoetkoming van 20,17% geldig.
- Nuggers die geregistreerd zijn als werkzoekende bij het CWI en die gebruikmaken van een voorziening gericht op arbeidsinschakeling. Voor deze ouders geldt een tegemoetkoming van 20,17%.
- Nieuwkomers die een inburgeringsprogramma volgen. Voor deze groep is een tegemoetkoming van 16,17% geldig.
- Ouders die ingeschreven staan bij een school of instelling zoals bedoeld in de WTO/WSF. Ook voor deze ouders geldt een tegemoetkoming van 16,17%.
- Ouders met een inkomen uit arbeid aangevuld met WWB. Voor deze ouders geldt een tegemoetkoming van 3,5%.
Daarnaast zijn er ook situaties waarin ouders met partner aanspraak kunnen maken op een tegemoetkoming. In dergelijke gevallen hangt de hoogte van de tegemoetkoming af van de situatie van beide partners. Bijvoorbeeld: als beide ouders tot een van de genoemde doelgroepen behoren, geldt een bepaalde tegemoetkoming. Als slechts één ouder tot een doelgroep behoort en de andere partner een WW-uitkering ontvangt of arbeidsgehandicapt is, geldt een andere hoogte van de tegemoetkoming.
Financiering en budgetten
De financiering van kinderopvangsubsidies is onderdeel van het gemeentefonds, en in sommige gevallen wordt een bijdrage verstrekt door het rijk. De beschikbare informatie geeft aan dat het rijk een open eindregeling heeft voor de bijdrage aan kinderopvang voor ouders uit specifieke doelgroepen. Deze gelden zijn niet geoormerkt, maar er is wel sprake van monitoring en bijstelling op basis van de resultaten.
In de praktijk zijn er bepaalde bedragen verstrekt aan gemeenten voor kinderopvangsubsidies. Bijvoorbeeld:
- Beemster: €10.830,--
- Graft-De Rijp: €7.000,--
- Schermer: €6.300,--
- Zeevang: €5.000,--
Daarnaast is er ook een extra budget voor de doelgroep "huishoudens met sociaal-medische indicatie". Voor deze groep is een budget van ongeveer 14,5% van de uitname uit het gemeentefonds beschikbaar. Voorbeelden van deze uitkeringen zijn:
- Beemster: 14,5% van €36.000,-- = €5.220,--
- Graft-De Rijp: 14,5% van €25.000,-- = €3.625,--
- Schermer: 14,5% van €23.000,-- = €3.335,--
- Zeevang: 14,5% van €16.000,-- = €2.320,--
De beschikbare informatie geeft bovendien aan dat het aanvraagformulier voor de tegemoetkoming in principe moet worden ingevuld bij sociale zaken en dat er bepaalde aandachtspunten zijn bij het indienen van een aanvraag. Deze omvatten onder andere het feit dat de ouder inwoner moet zijn van de gemeente waarin de aanvraag wordt ingediend, dat de kinderopvangorganisatie geregistreerd moet staan, en dat een partner in het geval van een huwelijk of partnerrelatie ook zijn instemming moet geven.
Aanvraagprocedure en beoordeling
De aanvraagprocedure voor kinderopvangsubsidies is regelmatig en vereist jaarlijks het indienen van een nieuwe aanvraag. Het is aan te raden om in september formulieren voor een vervolgaanvraag op te sturen. Tijdens het aanvraagproces moeten bepaalde gegevens worden verstrekt, zoals het aantal benodigde uren opvang per week, de offerte of het contract van het kindercentrum, en het type doelgroep waar de ouder onder valt.
De beoordeling van een aanvraag houdt onder andere in:
- Het vaststellen of de ouder tot een van de genoemde doelgroepen behoort.
- De hoogte van de subsidie bepalen op basis van de benodigde uren en het type doelgroep.
- Het besluit nemen en een subsidiebeschikking uitvaardigen aan de ouder.
Een belangrijk aspect bij de beoordeling is het maximumuurprijsmodel. Voor 2005 was bijvoorbeeld de maximumuurprijs voor dagopvang/gastouderopvang voor kinderen die naar het basisonderwijs gaan €5,68, en voor buitenschoolse opvang/gastouderopvang in basisschoolleeftijd was dit €6,13. De tegemoetkoming is bovendien gekoppeld aan reïntegratietrajecten, wat betekent dat de duur van de tegemoetkoming kan variëren afhankelijk van het traject. In sommige gevallen kan de tegemoetkoming ook voor een bepaalde periode worden gecontinueerd voor ouders die actief op zoek zijn naar werk, met een maximumduur van zes maanden.
Praktische toepassing en beperkingen
De praktische toepassing van deze regelingen hangt af van meerdere factoren. Zo is er bijvoorbeeld een beperkte inschatting dat er veel beroep zal worden gedaan op de regeling door de doelgroepouders. In de maand oktober is een inventarisatie gedaan van ouders die gebruik maken van kinderopvang, en het bleek dat in de meeste gevallen kinderen werden verzorgd door familie of buren en kennissen in plaats van door formele kinderopvangorganisaties. In de gemeenten Beemster en Graft-De Rijp is wel gebruik gemaakt van formele kinderopvang, wat betekent dat de gemeente daar 3,5% van de kosten moet betalen.
Daarnaast is er een beleidsregel dat geen eigen doelgroepen mogen worden aangewezen. Dit betekent dat de gemeente niet mag besluiten om extra doelgroepen in te stellen, zoals ouders die vrijwilligerswerk doen of mantelzorg betrekken. Deze regelingen moeten uit het gemeentebudget worden betaald, en het rijk verstrekt in dergelijke gevallen geen vergoeding.
Communicatie en ondersteuning
De communicatie met ouders die aanspraak kunnen maken op een tegemoetkoming is een belangrijk onderdeel van de regeling. In de maand november ontvangen ouders informatie over de nieuwe wet, inclusief een folder en een aanvraagformulier. Ouders worden persoonlijk uitgenodigd voor een gesprek, waarbij het aanvraagformulier wordt ingevuld. Ook het aanvraagformulier van de belastingdienst wordt in dit kader ingevuld, aangezien dit formulier uiterlijk op 30 november 2004 moet binnenkomen bij de belastingdienst indien een maandelijkse tegemoetkoming vanaf 1 januari 2005 gewenst is.
Het is belangrijk dat ouders tijdig actie ondernemen om aanvragen in te dienen en eventuele veranderingen in hun situatie aan te melden. Zo is een verhoging van de tegemoetkoming een afzonderlijke aanvraag, terwijl een verlaging automatisch wordt doorgevoerd bij de vaststelling. De jaarlijkse aanvraag is daarom een belangrijk moment in het proces.
Conclusie
De doelgroepanalyse en financiering van kinderopvang zijn belangrijke onderwerpen in de context van sociale participatie en reïntegratie. In Nederland zijn er duidelijke regelingen opgesteld om ouders die behoren tot specifieke doelgroepen te ondersteunen in hun toegang tot kinderopvang. Deze regelingen zijn doorgaans gericht op sociale of medische indicaties en moeten via een bepaalde administratieve procedure worden aangevraagd. De financiering van deze regelingen is onderdeel van het gemeentefonds, en in sommige gevallen wordt er ook een bijdrage verstrekt door het rijk.
Het is belangrijk dat ouders zich bewust zijn van hun rechten en verplichtingen in het kader van deze regelingen en dat zij tijdig actie ondernemen om aanvragen in te dienen. De administratieve procedures zijn duidelijk gestructureerd, maar vereisen wel een zekere mate van samenwerking en administratieve betrokkenheid. In de praktijk blijkt dat de meeste ouders van doelgroepen de kinderopvang verzorgen via familie of kennissen in plaats van via formele kinderopvangorganisaties, wat de financiering via de regeling beperkt. In die gevallen is er mogelijkheid voor bijzondere bijstand, mits de kosten niet aan het budget van de Wet kinderopvang kunnen worden toegekend.
De doelgroepregelingen zijn daarom essentieel voor de participatie van ouders in het arbeidsproces of reïntegratie, maar vereisen ook een zekere mate van administratieve ondersteuning en communicatie van de gemeente met ouders. De beschikbare informatie geeft een duidelijk beeld van de regelingen, de doelgroepen en de financieringsmodaliteiten, en kan dienen als uitgangspunt voor verdere analyse of besluitvorming in gemeentelijke contexten.