Kinderopvang in Nederland: Uitdagingen, kosten en toekomstplannen
juli 20, 2025
Borstvoeding speelt een essentiële rol in de opvoeding en ontwikkeling van jonge kinderen. Het is niet alleen een manier om voedingsbehoeften te bevredigen, maar ook een bron van geborgenheid, hechting en fysieke ontwikkeling. In de kinderopvang kan borstvoeding echter uitdagingen met zich meebrengen, zowel voor de pedagogische medewerkers als voor de ouders. In deze artikel bespreken we hoe borstvoeding in de kinderopvang wordt aangepakt, wat de praktische en emotionele aandachtspunten zijn en hoe zowel ouders als opvangers hier het beste mee om kunnen gaan.
In de kinderopvang wordt borstvoeding vaak maatwerk, aangezien elk kind verschillende behoeften heeft. Een kind dat uitsluitend borstvoeding krijgt, vraagt aandacht en flexibiliteit van de opvangers. Er zijn verschillende scenario’s die kunnen voorkomen: een kind dat de fles niet wil of niet goed aanneemt, de melk na enige tijd vies vindt of die niet genoeg drinkt. In dergelijke gevallen is het belangrijk dat de pedagogisch medewerkers in overleg gaan met de ouders om een passende oplossing te vinden.
Lactatiekundige Teddy Roorda benadrukt in een artikel dat bij borstvoeding anders moet worden gewerkt dan bij flesvoeding. Dit heeft te maken met de natuurlijke behoeften van het kind, maar ook met de emotionele betekenis van borstvoeding. Bijvoorbeeld het geven van flesjes met moedermelk kan helpen om de voedingssituatie te ondersteunen wanneer de moeder niet aanwezig is.
In de praktijk zien we dat ouders vaak een bepaalde hoeveelheid moedermelk meegeven aan de kinderopvang. Zo kan een baby van 8 maanden bijvoorbeeld 110 ml borstvoeding mee krijgen, die op de opvang elke 2,5 uur wordt gegeven. Andere kinderen ontvangen flesjes van 120 of 130 ml, afhankelijk van hun behoeften en de voedingsschema’s die thuis worden gevolgd. De opvangers moeten deze voedingsschema’s nauwkeurig naleven en, indien nodig, op de hoogte brengen van eventuele veranderingen aan de ouders.
Een ander aandachtspunt is het combineren van borstvoeding met vaste voedsel. In de kinderopvang wordt vaak groentepap, fruit of boterhammen aangeboden. In sommige gevallen stellen opvangers aan ouders voor om de hoeveelheid borstvoeding te verminderen, omdat het kind meer vast eten neemt. Dit vraagt om zorgvuldige overleg, omdat het kind bij thuiskomst soms teruggeeft of niet goed genereerd heeft. Het is belangrijk dat de opvangers duidelijk communiceren over de voedingssituatie, zodat ouders en medewerkers op dezelfde lijn staan.
Borstvoeding is meer dan een voedingsbron. Het is een fundamentele manier om hechting en geborgenheid te bevorderen. In de pedagogische visie van borstvoeding benadrukt men vaak dat het voeden een manier is om emotionele behoeften te bevredigen. Dit betekent niet dat het voeden alleen wordt gebruikt als troostmiddel, maar dat het een natuurlijke manier is om het kind te kalmeren en te ondersteunen in tijden van stress of pijn.
Ook aanraking speelt een cruciale rol bij borstvoeding. Het huidcontact bij het zuigen bevordert hormoonafgifte, hersenontwikkeling en sociale vaardigheden. Onderzoek heeft laten zien dat kinderen die weinig aanraking ontvangen, vaak groeiproblemen ondervinden, zelfs als hun voeding adequaat is. Bij borstvoeding ontstaat automatisch dit contact, wat niet altijd het geval is bij flesvoeding.
In de kinderopvang kan het voeden dus ook dienen als een moment van troost en stabiliteit. Een kind dat zich in de opvang niet veilig voelt, kan bijvoorbeeld profiteren van het geven van een flesje met moedermelk. Het biedt dan een gevoel van vertrouwdheid en continuïteit, ook als de moeder niet aanwezig is. Het is daarom belangrijk dat opvangers dit aspect niet onderinschatten en bereid zijn om borstvoeding zowel als voeding als als troost te gebruiken.
Naast de emotionele en hechtingsaspecten heeft borstvoeding ook concrete fysieke voordelen. Uit onderzoek is gebleken dat kinderen die langer borstvoeding krijgen, minder kans hebben op gebitsafwijkingen. De kaakontwikkeling wordt namelijk positief beïnvloed door het zuigen op de borst. Bij flesvoeding of het gebruik van speens, kan het gehemelte breder en hoger ontwikkelen, wat negatieve gevolgen kan hebben voor de ademhaling, de luchtwegen en de tandstelling.
Brian Palmer, tandarts en onderzoeker, benadrukt dat borstvoeding leidt tot een vlak, lager gehemelte en een brede kaakbog. Dit is gunstig voor het ontwikkelen van een goed gebit, maar ook voor de ademhaling en het algemene welbevinden van het kind. Een hoger gehemelte kan namelijk leiden tot een kleinere neusholte, wat weer kan resulteren in meer verkoudheden en ademhalingss problemen.
Aangezien borstvoeding in de kinderopvang een maatwerk benadering vereist, zijn er enkele aanbevelingen die zowel ouders als opvangers kunnen volgen:
Duidelijke communicatie: Ouders en opvangers moeten in overleg treden over het voedingsschema, de hoeveelheid moedermelk die meegegeven wordt en eventuele veranderingen. Dit zorgt voor continuïteit en voorkomt verwarring.
Flexibiliteit en aanpassing: De opvangers moeten bereid zijn om het voedingsplan aan te passen aan de individuele behoeften van het kind. Dit kan betekenen dat ze bijvoorbeeld de flesjes vaker of later geven, afhankelijk van het gedrag van het kind.
Combinatie met vaste voedsel: Het combineren van borstvoeding met vaste voedingsmiddelen is belangrijk voor de groei van het kind. De opvangers moeten zorgvuldig toezien op de hoeveelheid en het type voeding die wordt aangeboden, en indien nodig, op de hoogte brengen van eventuele problemen.
Emotionele ondersteuning: Borstvoeding dient niet alleen als voeding, maar ook als troost. Opvangers moeten dit aspect erkennen en bereid zijn om het kind te ondersteunen in tijden van stress of ongemak.
Overleg met specialisten: In gevallen waarin het kind moeite heeft met het drinken van flesjes of met het combineren van borst- en vast voedsel, kan het nuttig zijn om in overleg te treden met een lactatiekundige of een kinderarts. Deze specialisten kunnen helpen om een passend voedingsplan op te stellen.
Borstvoeding in de kinderopvang vereist zowel praktische als emotionele aandacht. Het is een maatwerk benadering die afgestemd moet worden op de individuele behoeften van elk kind. Ouders en opvangers moeten samenwerken om een passend voedingsplan op te stellen en te onderhouden. Daarnaast speelt borstvoeding een belangrijke rol in de hechting, geborgenheid en fysieke ontwikkeling van het kind. Het is dus niet alleen een kwestie van voeding, maar ook een bron van emotionele steun en continuïteit. Door de juiste aandacht te besteden aan borstvoeding in de kinderopvang, kunnen kinderen de nodige zorg en ondersteuning krijgen om gezond en gelukkig te groeien.
Wie niet van een kind geniet, ziet het allermooiste niet